Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters

Trauma bij kinderen

Kinderen of jongeren die schokkende gebeurtenissen hebben ervaren, kunnen last krijgen van psychische problemen. Deze kunnen leiden tot een (psycho)trauma, maar dat gebeurt niet altijd. Het merendeel van de kinderen die een schokkende, traumatische gebeurtenis meemaakt, herstelt hier als vanzelf van. Dit neemt niet weg dat de gebeurtenis zeker op korte termijn wel het gedrag van kinderen (tijdelijk) kan beïnvloeden. Als traumatische ervaringen zich herhalen, is het risico op (een nieuw) trauma groter. Onverwerkte trauma’s kunnen een grote en lange termijn invloed hebben op de (sociaal-emotionele) ontwikkeling van kinderen hebben. Deze tekst beschrijft de kenmerken van een trauma bij kinderen en biedt leerkrachten handvatten van het ondersteunen van deze kinderen.

Stressreacties op buitengewone gebeurtenissen zijn normaal en niet elke schokkende gebeurtenis leidt tot een trauma. Ongewone, ook negatieve gebeurtenissen horen bij het leven van een kind; als ze er jong mee leren omgaan, zijn ze in hun toekomst beter opgewassen tegen moeilijke omstandigheden. Zodra het kind psychische klachten ontwikkelt na aanleiding van een schokkende gebeurtenis, kan sprake zijn van een psychotrauma. De term ‘trauma’ wordt zowel gebruikt voor de schokkende gebeurtenis (het incident) als voor de psychische reactie op die gebeurtenis. Met ‘psychotrauma’ worden vooral de gevolgen bedoeld. Een psychotrauma heeft twee kenmerken:

  • Het is het gevolg van (een) schokkende gebeurtenis(sen).
  • Het uit zich in psychische klachten, overweldigende emoties (stress) en vaak ook lichamelijke effecten.

Een voorbeeld van psychische klachten is aanhoudende (chronische) stress. Zeker als er geen hulp van volwassenen (ouders, leerkrachten) beschikbaar is, kan aanhoudende stress de hersenen van een kind beschadigen (toxische stress) en de ontwikkeling van het brein ontregelen. Chronische stress is lang niet altijd te vermijden of te voorkomen (oorlogsgeweld, ernstige ongelukken, overlijden van een naaste). Een uitzondering hierop is kindermishandeling, waarbij preventie in veel gevallen wel mogelijk is (zie Hoe trauma ontstaat).

De schokkende ervaringen die tot trauma kunnen leiden, zijn heel verschillend. Soms gaat het om een eenmalige gebeurtenis, zoals een verkeersongeluk, een geweldsmisdrijf, een ramp, een oorlogshandeling of een aanslag. Het kan ook gaan om regelmatig terugkerende gebeurtenissen, zoals mishandeling, seksueel misbruik, pesten, agressie, emotionele verwaarlozing of voortdurend oorlogsgeweld. Bij kinderen kan een (psycho)trauma de ontwikkeling ernstig verstoren. Hun veilige basis valt weg en dat heeft grote invloed op de rest van hun leven. Daarom is het zaak om trauma zo vroeg mogelijk te onderkennen. Hoe vroeger de hulpverlening kan beginnen, des te beter zijn de vooruitzichten. 

Een belangrijke groep als het gaat om trauma zijn vluchtelingenkinderen. Zij hebben vrijwel altijd gebeurtenissen meegemaakt die tot een psychotrauma kunnen leiden. Angst, geweld, bedreiging en armoede in hun land van herkomst en tijdens de reis en de onrust in opvanglocaties hebben een grote impact op deze kinderen. Een hoog percentage van de minderjarige vluchtelingen in Nederland is bovendien aangekomen zonder hun ouders (36,5 procent in 2015).

Lees hier meer over hulp aan vluchtelingenkinderen

Terug naar boven

In elke leeftijdsfase zijn er andere signalen. Kleine kinderen, die een schokkende gebeurtenis nog niet goed kunnen duiden, uiten zich heel anders dan kinderen in de basisschoolleeftijd, die al veel meer begrip hebben van wat er om hen heen gebeurt (zie ook Vaststellen van trauma bij kinderen).

Trauma uit zich bij ieder kind anders. Vijf soorten uitingen van trauma zouden een leerkracht kunnen opvallen:

  1. Herbelevingen (stressreacties) die iets te maken hebben met de gebeurtenis die oorzaak was van het trauma. Dat kunnen herinneringen zijn of geluiden en beelden die het kind ‘in zijn hoofd’ beleeft. Of geluiden, geuren en gebeurtenissen die werkelijk gebeuren en die het kind aan de traumatische ervaringen herinneren. Het kind kan daarvan in paniek raken.
  2. Ook lichamelijke klachten (pijn) zonder duidelijke aanleiding kunnen wijzen op psychotrauma.
  3. Vermijding: het kan – vooral bij jonge kinderen – opvallen dat kinderen bepaalde gespreksonderwerpen, plaatsen of situaties steeds uit de weg gaan. Bijvoorbeeld omkleden voor de gymles of contact met volwassenen. Het kind brengt dit dan in verband met de traumatische gebeurtenis en voelt zich onveilig. Ook teruggetrokken gedrag en vluchten in een spel of fantasie kunnen opvallen.
  4. Het kind heeft een onveilig gevoel en een negatief beeld van zichzelf (ik doe het nooit goed) en van de wereld om zich heen (alles is onveilig). Dit overlevingsmechanisme kan zich uiten door gedeeltelijk geheugenverlies over de traumatische gebeurtenissen, door bijzonder negatief over zichzelf of het vertrouwen in anderen te praten, of door zichzelf aldoor overal van de schuld te geven. Sombere stemming, gebrek aan interesse en onverschilligheid kunnen ook tekenen zijn van trauma.
  5. Plotselinge spanning en uitbarstingen, als gevolg van de stressreactie: prikkelbaarheid en onverwachte woedeaanvallen, risicogedrag en zelfbeschadiging of juist overdreven risicovermijding en concentratieproblemen kunnen eveneens zichtbare uitingen van trauma zijn.

Het is belangrijk dat leerkrachten en anderen in de omgeving van het kind hier alert op zijn.

Trauma is soms te voorkomen, door vroeg in te grijpen en het kind een veilige omgeving te bieden. Soms is preventie mogelijk, bijvoorbeeld bij kindermishandeling of door het opvangen van vluchtelingenkinderen in een aangepaste omgeving.
Om kinderen met trauma effectief bij te staan, is niet alleen behandeling nodig maar ook goede begeleiding en een stabiele plek op school en in de klas, en samenwerking tussen ouders, school en hulpverleners. Behalve bij het kind, kunnen er ook problemen zijn bij de ouders of bij de huisgenoten in de opvang in het geval van vluchtelingen. Daarom moeten de jeugdzorg en volwassenenzorg samenwerken; maar ook de gezondheidszorg, de school en mensen in de omgeving van het gezin kunnen een belangrijke rol spelen.

Tussen trauma bij autochtone kinderen en vluchtelingenkinderen is geen verschil. De gedragingen die kinderen uit beide groepen vertonen, komen overeen; een andere aanpak en behandeling zijn wel vaak gewenst omdat de oorzaken en achtergrond sterk kunnen afwijken. De manier waarop schokkende ervaringen worden verwerkt (rituelen, gewoonten) kan per cultuur sterk verschillen. De leerkracht en de behandelaar kunnen bij de ouders vragen naar deze gewoonten.

Over trauma is veel bekend, maar om het beter te kunnen begrijpen is nog steeds onderzoek nodig naar het ontstaan, de mate waarin trauma’s kunnen doorwerken tot op volwassen leeftijd en naar effectieve hulpverlening. Nieuwe technieken, zoals scans om de hersenen in beeld te brengen en DNA-onderzoek, geven uitzicht op betere herkenning, diagnostiek en behandeling.

Terug naar boven
Terug naar boven

programma VoorZorg in beheer, waarmee in niet minder dan 44 procent van de gevallen kindermishandeling geheel wordt voorkomen. Andere organisaties hebben zogenoemde preventieprogramma's, -activiteiten en richtlijnen ontwikkeld die eigenlijk gericht zijn op vroeg herkennen en aanpakken van het probleem (bijvoorbeeld: Augeo, Bernard van Leer Foundation, KinderpostzegelsRIVMDon't hit my mommy en Signs of Safety).

Oorlogsgeweld en vlucht

Het oorlogsgeweld en een heel scala aan bijkomende schokkende gebeurtenissen dat vluchtelingenkinderen meemaken, veroorzaken een grote kans op trauma. Veel kinderen zijn als getuige, slachtoffer of dader betrokken geweest bij bombardementen, seksueel geweld, marteling, repressie en terreur, dwangarbeid, vlucht, gebrek aan water, voedsel en onderdak, scheiding of verlies van dierbaren en ziekten. In veel gevallen zagen ze hun vertrouwde omgeving onveilig worden en moesten daarna vertrekken, daarbij familieleden en vrienden in gevaar achterlatend. Ze hebben soms langere tijd doorgebracht in gevangenschap of vluchtelingenopvang en hun toekomstverwachtingen zijn meestal bijzonder onzeker.

Neurobiologische factoren

Het is aannemelijk dat verwaarlozing en vroege traumatisering de ontwikkeling van de hersenen kunnen beïnvloeden. Op basis van onderzoek in de neurobiologie denkt men dat een verhoogde kwetsbaarheid voor het ontwikkelen van een depressie of angststoornis – na bijvoorbeeld seksueel misbruik of emotionele mishandeling – deels kan worden toegeschreven aan het feit dat het stresssysteem in de hersenen zich anders ontwikkeld heeft (verhoogde ‘reactiviteit’ en een gebrekkige regulatie daarvan).

Terug naar boven

onderzoek van de overheid uit 2010 zijn drie op de honderd kinderen slachtoffer van kindermishandeling. Dit is hetzelfde getal als vijf jaar eerder in hetzelfde onderzoek; andere onderzoekers melden een stijging van het aantal mishandelde kinderen. In werkelijkheid liggen deze cijfers veel hoger, omdat lang niet alle gevallen zijn aangemeld. Volgens scholierenonderzoek uit 2007 is een op de vijf leerlingen van de eerste vier klassen van het voortgezet onderwijs ooit in aanraking gekomen met een vorm van mishandeling. In vluchtelingengezinnen bestaat een groter risico op kindermishandeling.

Terug naar boven

Voor angstige en depressieve klachten, die mogelijk verband houden met trauma, zijn er de volgende screeningslijsten:

  • De Sociaal Emotionele VragenlijstSEV, voor kinderen van vier tot achttien jaar – in te vullen door een ouder of leerkracht en te interpreteren door een psychodiagnostische professional.
  • De CDI (Children’s Depression Inventory) is een lijst met 27 vragen waarop jeugdigen van acht tot achttien jaar zelf de antwoorden kunnen invullen: mee eens, weet niet, niet mee eens. De antwoorden op deze lijst maken de symptomen zichtbaar die een aanwijzing zijn voor een depressie. De totaalscore geeft een aanwijzing van de ernst van de depressieve symptomen.
  • Om een beeld te krijgen hoe de betreffende jeugdige in het leven staat, en vooral hoe hij zichzelf daarin ziet, wordt de CBSK en CBSA gebruikt, wat staat voor Competentie Belevingsschaal Kinderen en Adolescenten. Dit instrument geeft een indruk van de wijze waarop een kind zichzelf ervaart en hoe hij zijn eigen vaardigheden op een aantal relevante levensgebieden inschat. Het geheel bestaat uit 36 onderdelen, verdeeld over zes thema’s: schoolvaardigheden, sociale acceptatie, sportieve vaardigheden, fysieke verschijning, gedragshouding en gevoel van eigenwaarde.

Wat doet de behandelaar?

Uitvoeriger diagnostiek vindt plaats tijdens een gestructureerd interviewgesprek van de behandelaar met het kind en de ouders. Er is een aantal instrumenten beschikbaar, onder andere het Anxiety Disorders Interview ADIS (een uitgebreide handleiding voor een gesprek met kind en ouders), een PTSS-schaal voor kinderen en adolescenten en de lijst K-SADS. Vaak wordt gebruikgemaakt van de Clinician-Administrated PTSD Scale for Children and Adolescents (CAPS-CA), een symptoomschaal om een gedetailleerd beeld te krijgen van de klachten die kunnen wijzen op posttraumatische stress.

Ouders kunnen de neiging hebben om de gevolgen van schokkende gebeurtenissen voor het kind te onderschatten. En kinderen willen op hun beurt graag hun ouders sparen, waardoor zij de werkelijkheid soms vertekenen. Daarom heeft het zin om ouders en kinderen allebei – apart en samen – te onderzoeken en te behandelen. Als hulpmiddel bij gesprekken zijn er verschillende vragenlijsten voor behandelaren ontwikkeld. Zij gebruiken meestal niet alle instrumenten, maar maken een keuze uit vragenlijsten zoals:

  • Schokverwerkingslijst voor kinderen (SVLK)
    Onderzoek van posttraumatische stresssymptomen
  • Trauma Symptom Checklist for (Young) Children (TSCYC) en (TSCC)
    Voor onderzoek van brede posttraumatische stresssymptomen.
Terug naar boven
Wat kan ik als leerkracht doen in de klas?
  • Kinderen met trauma raken ook lichamelijk uitgeput. Voor het lichamelijk herstel hebben ze behoefte aan sport.
  • Leerkrachten die lesgeven aan getraumatiseerde kinderen moeten eerst aan zichzelf denken, zeker als ze zelf weleens schokkende gebeurtenissen hebben meegemaakt. Blootstelling aan het trauma van anderen leidt tot secundaire traumatische stress, met mogelijk dezelfde klachten als die van de getraumatiseerde leerling. Neem rust en praat erover – thuis, met collega's of met de intern begeleider en met de schooldirectie. Zoek zo nodig een gesprekspartner buiten de school, zoals een intern begeleider op een andere school of bij het samenwerkingsverband die ervaring heeft met traumaproblematiek. Blijf er nooit alleen mee zitten.
  • Lees meer over lesgeven aan getraumatiseerde kinderen in het gelijknamige boek door onder meer Leony Coppens.
Wat kan ik als leerkracht beter niet doen?

Kinderen (met een trauma) zijn niet gebaat bij overhaaste conclusies. De kenmerken van een psychotrauma zijn vaak lastig te herkennen voor de omgeving. Vaak worden trauma-gerelateerde problemen bijvoorbeeld aangezien voor ADHD of een angststoornis. Belangrijk is dus om als leerkracht goed te signaleren en je bevindingen open te bespreken met de intern begeleider en/of ouders. Houd hierbij altijd het belang van het kind voor ogen.

Terug naar boven

HorizonSTEPS en VSV.

Programma's als 'Don't Hit Mommy' en 'Signs of Safety' zijn gericht op herkenning en vroege behandeling van kindermishandeling. In dit laatste programma bezoekt een hulpverlener uit de jeugdzorg of jeugd-ggz een gezin waarin geweld speelt en waar gevaar dreigt voor de veiligheid en ontwikkeling van het kind. Samen met de ouders wordt een veiligheidsplan opgesteld, in vijf tot tien bijeenkomsten. De hulp is bedoeld om de relatie tussen ouders en kind in stand te houden en toe te werken naar duurzaam, veilig en beschermend oudergedrag.

Lees hier meer over de programma's 'Don't hit my mommy' en 'Signs of Safety'.

Bij een systematische literatuurstudie in april 2016 konden onderzoekers geen enkele specifieke behandeling vinden voor vluchtelingenkinderen met posttraumatische stressstoornis. De hulpverlening in Nederland concentreert zich vooralsnog op crisisopvang en normalisatie van de leefomstandigheden.

Lees hier meer over hulp aan vluchtelingenkinderen.

Terug naar boven
Terug naar boven

    Reageren

    Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond u niet precies wat u zocht? Laat het ons weten.

    Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

    De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

    Sluiten