Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters

Tics bij kinderen en adolescenten

Hieronder vindt u betrouwbare kennis over de diagnose en behandeling van ticstoornissen, zoals het syndroom van Gilles de la Tourette, bij kinderen en adolescenten. Professionals in de jeugd-ggz krijgen inzicht in onder andere: klinisch beeld, etiologie, prevalentie, comorbiditeit, diagnostiek, behandeling, en beloop en prognose.

Het Kenniscentrum heeft de teksten in samenwerking met experts en ervaringsdeskundigen opgesteld en spant zich in om de informatie zo actueel mogelijk te houden. Heeft u suggesties? Deze kunt u doorgeven via het formulier onderaan de pagina.

Op deze pagina

Beschrijving tics

Terug naar boven

OCS) komen voor (Hirschtritt, et al., 2015; Robertson et al., 2008, 2017).

Ook internaliserende problemen (angst en depressie) en problemen in sociale vaardigheden komen vaak voor bij ticstoornissen. Mogelijk treden de depressieve gevoelens en angstklachten mede op als gevolg van de ticstoornis en de last die ze hiervan ondervinden (Van de Griendt & Verdellen, 2013). Tics kunnen ook samengaan met autisme spectrum stoornissen (ASS), zo komt GTS bij 7% van de kinderen met ASS voor, veel meer dan in de gewone bevolking (Baron-Cohen et al 1999). Echter tics, stereotypieën en rigide gedragspatronen kunnen soms moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn (Darrow et al 2017).

Daarnaast komen slaapproblemen en spraak- lees, en schrijfproblemen vaker voor bij kinderen met een ticstoornis (Van de Griendt & Verdellen, 2013).

Terug naar boven
Terug naar boven

Diagnose tics

Obsessief-Compulsieve Stoornis), maar ook emotionele stoornissen (angst, depressie) en autisme spectrumstoornissen komen relatief vaak voor in combinatie met ticstoornissen. Voor de diagnostiek daarvan verwijzen wij naar de desbetreffende protocollen.

In 2011 zijn Europese richtlijnen voor de diagnostiek en behandeling van het Tourette syndroom verschenen in het tijdschrift European Child and Adolescent Psychiatry (ECAP). De richtlijnen zijn geschreven door de European Society for the study of Tourette’s syndrome (ESSTS). U kunt de richtlijn Assessment online vinden.

Terug naar boven

Yale Global Tic Severity Scale (Leckman e.a., 1989) is een semi-gestructureerd interview dat allereerst een inventarisatie behelst van het voorkomen nu dan wel in het verleden van de verschillende typen motorische en vocale tics. Tevens volgt in deze vragenlijst een beoordeling van de ernst van de tics met betrekking tot de afgelopen week aan de hand van het vastleggen van het aantal tics, de frequentie van tics over de dag, de intensiteit en complexiteit van de tics en de interferentie van de tics met spreken en dagelijkse handelingen. Dit wordt nagegaan voor motorische en vocale tics afzonderlijk. Tot slot wordt een inschatting gemaakt van de hinder van de tics op het zelfbeeld en algehele functioneren. Het afnemen van de Yale Global Tic Severity Scale duurt niet langer dan een half uur en vaak korter, afhankelijk van de ernst van de tics.

Voordelen: Dit instrument heeft uitstekende psychometrische eigenschappen met betrekking tot zowel validiteit als inter-rater betrouwbaarheid. Het is internationaal, zowel in de klinische praktijk als in wetenschappelijk onderzoek dan ook verreweg het meest gebruikte instrument bij ticstoornissen. Een verder voordeel is de praktische toepasbaarheid van het instrument: het instrument bevat in feite een systematische weergave van klinisch relevante vragen.

Terug naar boven

Behandeling tics

Habit reversal training (HRT) is de meest onderzochte vorm van gedragstherapie. In 1973 ontwikkelden Azrin en Nunn de techniek voor tics en ongewenste gewoonten. In een aantal gerandomiseerde studies (RCT’s) is de effectiviteit van HRT vastgesteld boven onder andere een wachtlijst-controleconditie en ondersteunende psychotherapie (voor een overzicht zie Van de Griendt, Verdellen, Van Dijk, & Verbraak, 2013). De resultaten bleven behouden bij follow-up na twee tot tien maanden. In de tot op heden grootste studie uitgevoerd onder kinderen (N=126; Piacentini, et al., 2010) werd HRT vergeleken met ondersteunende psychotherapie en werd een effect size van 0.68 vastgesteld op de Yale Global Tic Severity Scale (YGTSS;(Leckman, et al., 1989).

De toepassing van exposure en responspreventie (ERP) in de behandeling van ticstoornissen is van recenter datum dan die van HRT. Er is dan ook nog minder onderzoek naar gedaan. Verdellen en collega’s vergeleken HRT met ERP in een RCT bij 43 patiënten, zowel kinderen als volwassenen met het syndroom van Gilles de la Tourette (Verdellen, Keijsers, Cath, & Hoogduin, 2004). Zij stelden voor beide methoden significante ticreducties vast op de YGTSS met hoge effect sizes van 1.42 en 1.06 voor respectievelijk ERP en HRT. De verschillen in effect size tussen de beide behandelmethoden waren niet significant. Dit betekent dat beide methoden vergelijkbaar effectief lijken te zijn. Voorts heeft onderzoek aangetoond dat ERP sessies van één uur even effectief zijn als sessies van twee uur (van de Griendt et al., 2018).

Terug naar boven

Habit reversal

Habit reversal betekent letterlijk “het omkeren van een gewoonte”. Bij deze methode worden de tics één voor één aangepakt. Gestart wordt met bewustwording van de tic, immers, het is pas mogelijk iets aan een tic te doen als het kind zelf merkt dat het een tic uitvoert. Bewustwording kan vergroot worden door de tic uitgebreid te bestuderen: hoe gaat de tic precies, welke spiergroepen doen mee, welk gevoel kondigt de tic aan, hoe ziet het er in de spiegel uit? Wanneer het kind zich goed bewust is van de tic, leert het kind een beweging toe te passen die niet tegelijkertijd met de tic uitgevoerd kan worden. Zodra het kind de tic aan voelt komen, moet het deze beweging gedurende één minuut toepassen of net zolang tot de drang om de tic uit te voeren (de premonitore sensatie) is afgenomen. De tegenbeweging moet ook worden uitgevoerd als de tic toch heeft plaatsgevonden. Door oefening is het mogelijk steeds eerder in te grijpen, totdat het kind de tic ook vóór kan zijn met de tegenbeweging. Op deze manier kan de tic geleidelijk steeds meer onder controle gekregen worden en neemt deze af. Op een gegeven moment is de tegenbeweging niet eens meer nodig om de tic te voorkomen. Enkele voorbeelden van tegenbewegingen zijn hieronder te vinden.

Tic Tegenbeweging
Motorisch
Oogknipperen Ogen opensperren; fixeren van de ogen op een vast punt bij oogknipperen
Mond opensperren Kaken op elkaar en de lippen samenpersen
Hoofdschudden Het hoofd fixeren door de nekspieren aan te spannen
Schoppen/stampen Op dit ene been gaan staan
Vocaal
Geluiden met de neus (bijvoorbeeld snuiven, neus ophalen) In- en uitademen zonder pauze via de mond, inademen via de mond, uitademen door de neus
Geluiden met de keel (bijvoorbeeld kuchen, keelschrapen) In- en uitademen zonder pauze via de neus
Woorden roepen Langzaam door de neus in- en uitademen, inademen via de mond, uitademen door de neus, lippen stijf op elkaar

 

Om optimaal van de behandeling te profiteren, krijgt het kind opdrachtjes mee om het bewust worden van de tics te vergroten en te oefenen met een tegenbeweging. In de volgende sessie wordt dan bepaald of die specifieke tic al voldoende in ernst en frequentie gedaald is om over te gaan naar een nieuwe te behandelen tic. Habit reversal bestaat doorgaans uit tien bijeenkomsten, maar als er weinig tics zijn kan de behandeling ook korter duren.

Exposure en responspreventie

Exposure en responspreventie (ERP) betekent letterlijk het voorkómen van de tic (responspreventie) waardoor blootstelling (exposure) aan het vervelende gevoel voorafgaand aan de tic kan optreden. Een behandeling met ER is erop gericht om het kind te leren wennen aan deze sensorische sensaties.
De behandeling met ER duurt in principe 12 sessies. De eerste twee sessies bestaan uit responspreventie, en zijn bedoeld om steeds langer tics te leren onderdrukken. Kenmerkend voor tics is dat deze voor kortere of langere tijd kunnen worden tegengehouden en gebleken is dat dit verder getraind kan worden door oefening. De therapeut functioneert als een soort coach; hij stimuleert en motiveert het kind om alle tics zo lang mogelijk tegen te houden, en nieuwe “recordtijden” neer te zetten. Als het kind de tics gedurende langere tijd kan tegenhouden, wordt het accent steeds meer verlegd naar “exposure”, het oproepen van en concentreren op de sensorische sensaties. Hiervoor kunnen activiteiten of voorwerpen gebruikt worden die de neiging om tics uit te voeren uitlokken. Denk hierbij aan bepaalde activiteiten (een spannend (computer)spelletje spelen, praten over tics, tics van andere mensen bekijken, televisiekijken), bepaalde kledingstukken dragen (strakke schoenen die tics met de tenen uitlokken, een coltrui die nektics kan oproepen). Zodra de neiging om tics uit te voeren (de sensorische sensatie) aanwezig is kan optimaal worden geoefend in het tegenhouden van tics. De theorie achter deze behandelvorm is dat gewenning aan dit nare gevoel ervoor zorgt dat de associatie tussen de sensorische sensatie en de tic verbroken wordt. In het eerdergenoemde onderzoek van Verdellen en collega’s (2004) werd gebruik gemaakt van sessies van twee uur; inmiddels is uit onderzoek gebleken dat ook één uur durende sessies volstaan (Van de Griendt, Verdellen, Van Dijk, & Verbraak, 2018). Ook bij ERP wordt gebruik gemaakt van huiswerkopdrachten; aan kinderen wordt gevraagd om, eventueel samen met hun ouders, zelf te oefenen met het langdurig onderdrukken van tics. Er is een app beschikbaar (BT-Coach) ter ondersteuning van het oefenen thuis.

Starten met Habit reversal of Exposure en responspreventie?

Uit wetenschappelijk onderzoek komen zoals gezegd geen verschillen naar voren tussen HRT en ERP. Toch kunnen er redenen zijn om een van beide behandelingen te prefereren. Er zijn aanwijzingen dat ERP effectiever is bij patiënten met veel verschillende tics, zoals bij het syndroom van Gilles de la Tourette vaak het geval is. Immers, bij ERP worden alle tics tegelijkertijd aangepakt. Wanneer er weinig tics zijn, de tics nauwelijks zichtbaar zijn in de behandelkamer of premonitore sensaties ontbreken wordt er relatief vaker de keuze gemaakt voor HRT. De keuze voor een van beide behandelvormen wordt gemaakt in overleg met de patiënt en eventueel zijn of haar ouders.

Flowchart Tics

Figuur 1: Flowchart Gedragstherapie bij tics (volgens Europese Richtlijnen; Verdellen, Van de Griendt, Hartmann, & Murphy, 2011)

 

Zoals in figuur 1 te zien is, is gedragstherapie zowel geïndiceerd voor milde, matige als ernstige tics. Als eerste stap in het traject is voorlichting (psycho-educatie) aangewezen. Vervolgens wordt samen met het kind en de ouders beoordeeld of er behandeling moet worden opgestart, afhankelijk van de beperking in het dagelijks leven van het kind. Wanneer beschikbaar, en ouders en kind ook voorkeur hebben voor gedragstherapie, is HRT dan wel ERP aangewezen (voor praktische handvatten, zie hierboven ‘starten met HRT of ERP’?). Na 10 sessies wordt de behandeling geëvalueerd; bij voldoende resultaat kan de behandeling worden beëindigd, terwijl het bij uitblijvend effect raadzaam kan zijn om over te stappen naar de andere variant (dus HRT in plaats van ERP of andersom). Wanneer beide gedragstherapeutische methoden zonder effect blijven, kan overwogen worden om de behandeling te combineren met of over te stappen op medicatie.

Terug naar boven

Azrin, N. H., & Nunn, R. G. (1973). Habit reversal: A method of eliminating nervous habits and tics. Behaviour Research and Therapy, 11, 619-628.

Leckman, J. F., Riddle, M. A., Hardin, M. T., Ort, S. I., Swartz, K. L., Stevenson, J., & Cohen, D. J. (1989). The Yale Global Tic Severity Scale - initial testing of a clinician-rated scale of tic severity. Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry, 28, 566-573.

Piacentini, J., Woods, D. W., Scahill, L., Wilhelm, S., Peterson, A. L., Chang, S., Ginsburg, G. S., Deckersbach, T., Dziura, J., Levi-Pearl, S., & Walkup, J. T. (2010). Behavior therapy for children with Tourette disorder: a randomized controlled trial. The Journal of the American Medical Association, 303, 1929-1937.

Roessner, V., Plessen, K. J., Rothenberger, A., Ludolph, A. G., Rizzo, R., Skov, L., Strand, G., Stern, J. S., Termine, C., & Hoekstra, P. J. (2011). European clinical guidelines for Tourette syndrome and other tic disorders. Part II: pharmacological treatment. European Child & Adolescent Psychiatry, 20, 173-196.

Van de Griendt, J. M., Verdellen, C. W., van Dijk, M. K., & Verbraak, M. J. (2013). Behavioural treatment of tics: Habit reversal and exposure with response prevention. Neuroscience and Biobehavioral reviews, 371172-1177.

Van de Griendt, J. M. T. M., Verdellen, C. W. J., Van Dijk, M., & Verbraak, M. P. J. M. (2018). The effect of shorter exposure versus prolonged exposure on treatment outcome in Tourette syndrome and chronic tic disorders – an open trial. International Journal of Psychiatry in Clinical Practice, 1-6.

Verdellen, C., Van de Griendt, J., Hartmann, A., & Murphy, T. (2011). European clinical guidelines for Tourette syndrome and other tic disorders. Part III: behavioural and psychosocial interventions. European Child & Adolescent Psychiatry, 20, 197-207.

Verdellen, C. W., Hoogduin, C. A., Kato, B. S., Keijsers, G. P., Cath, D. C., & Hoijtink, H. B. (2008). Habituation of premonitory sensations during exposure and response prevention treatment in Tourette's syndrome. Behavior Modification, 32, 215-227.

Verdellen, C. W., Keijsers, G. P., Cath, D. C., & Hoogduin, C. A. (2004). Exposure with response prevention versus habit reversal in Tourettes's syndrome: a controlled study. Behaviour Research and Therapy, 42, 501-511.

Terug naar boven

Monitoren van de ernst van de tics over de tijd

Omdat tics zo sterk kunnen wisselen over de tijd kan het zinvol zijn de ernst hiervan gedurende een aantal maanden te volgen, alvorens met behandeling van de tics te starten. Er ontstaat dan een goed overzicht van de natuurlijke reikwijdte van de tics bij het kind, wat een betere evaluatie van een behandeling mogelijk maakt. Een bruikbaar instrument hiervoor is de Yale Global Tic Severity Scale. Met behulp van dit semi-gestructureerde interview bepaalt de clinicus van zowel de motorische als de vocale tics de intensiteit, de frequentie, de belemmering en het aantal tics van de afgelopen week, wat resulteert in een totaalscore als maat voor de ernst van de tics van die week. Er bestaat ook een zelf-invul versie van de Yale Global Tic Severity Scale, te gebruiken door ouders of (oudere) kinderen.

Als besloten wordt tot behandeling van de tics is gedragstherapie eerste keuze en medicatie tweede keuze. Beide behandelmethoden hebben een vergelijkbaar effect op de tics; bij twee derde van de patiënten is er ongeveer 60 procent tic reductie (Roessner et al., 2011; Rizzo et al., 2018; Verdellen et al., 2011). Beide methoden kennen voor- en nadelen. Voor gedragstherapie is van belang dat het kind voor deze vorm van behandeling gemotiveerd is en dat bij een instelling de benodigde expertise hiervoor voorhanden is. Er bestaat daarbij geen voorkeur voor HRT boven ERP of omgekeerd. Medicijnen kunnen bijwerkingen hebben, zoals vermoeidheid en gewichtstoename. Bovendien kunnen tics weer toenemen bij afbouw van medicatie, terwijl bij gedragstherapie een techniek geleerd wordt waar het kind ook na behandeling zijn of haar voordeel mee kan doen (Roessner et al., 2011). Of bij de behandeling gekozen wordt voor medicatie, gedragstherapie dan wel een combinatie van beide moet bij ieder individueel kind beoordeeld worden, afhankelijk van de motivatie van het kind, de expertise van het behandelcentrum, de voorkeur van ouders en kind en het effect van de behandeling.

Terug naar boven
Terug naar boven

Medicatie tics

OCS zijn SSRI’s echter mogelijk minder effectief dan zonder tics. Een mogelijkheid is de additie van antipsychotica (ESSTS working group). De eerste keus behandeling van OCS is echter gedragstherapie. De behandeling van de bijkomende problemen kan ook een gunstige invloed op de tics hebben.

Wat betreft de behandeling van tics hebben veel patiënten voldoende aan psycho-educatie en een verder afwachtend beleid. Als er wel behandeling wordt gegeven is gedragstherapie de eerste keus. Medicamenteuze behandeling heeft geen effect op de langere termijn prognose van een ticstoornis. Bij de meeste kinderen met een ticstoornis die medicatie gebruiken, treedt slechts een gedeeltelijke ticreductie op, dat wil zeggen dat de tics door de medicatie niet volledig verdwijnen (Van de Griendt & Verdellen, 2013).

Terug naar boven

aripiprazol en clonidine middel van eerste keuze. Meestal worden deze middelen goed verdragen; belangrijkste bijwerkingen zijn sedatie en gewichtstoename, vooral bij gebruik van risperidon. Aripiprazol is het best onderzocht en meest effectief bevonden (Sallee e.a., 2017).

Evidentie van andere middelen is vaak op basis van open studies of RCT met een kleine sample size. Er zijn weinig directe vergelijkingen tussen farmacologische behandelingen en er is geen vergelijking tussen gedragstherapie en farmacotherapie (ESSTS working Group). Bij aanwezige hyperactiviteit en aandachtsstoornissen kunnen de alfa adrenerge agonisten clonidine en guanfacine een rationele keuze zijn.

Flowchart

Flowchart medicatie bij tics
Flowchart: behandeling ticstoornissen
Terug naar boven

pimozide, aripiprazol en risperidon bleken allen effectiever dan placebo. De laatste twee zijn middelen van eerste keus. De effectiviteit van deze twee middelen is goed onderbouwd, en verschilt onderling niet veel. Van de klassieke antipsychotica zijn haloperidol en pimozide het meest onderzocht met wisselende onderzoeksresultaten.

Belangrijke informatie

Veiligheidsaspecten

Bij langdurig gebruik van antipsychotica kan tardieve dyskinesie ontstaan; de symptomen kunnen tijdelijk verergeren of zelfs nog ontstaan na staken van het gebruik. Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden, waaronder deelname aan het verkeer (fietsen) kunnen daarvan hinder ondervinden. Bij pimozide en haloperidol is er kans op QT-intervalverlenging; ECG controles zijn aangewezen bij verdenking op QT-problemen (QT-syndroom, hypokaliëmie). Voor meer informatie over bijwerkingen bij antipsychotica, zie het Kinderformularium.

Gebruiksgemak

Pimozide is alleen in tabletvorm verkrijgbaar. Haloperidol bestaat ook als druppelvloeistof, risperidon ook als drank.

Toepasbaarheid

Zoals gezegd geldt zowel voor comorbide ADHD als OCD dat de medicamenteuze behandeling ervan niet verschillend is van die van deze stoornissen zonder dat er sprake is van tics. De aanwezigheid van tics is geen contra-indicatie voor het gebruik van methylfenidaat. Diverse onderzoeken hebben laten zien dat behandeling met methylfenidaat niet geassocieerd is met een toename van tics (Bloch e.a., 2009). Bij comorbide dwanggedachten en/of -handelingen kunnen goede resultaten verwacht worden van serotonine heropnameremmers. Echter gedragstherapie is de eerste keus behandeling. Een combinatie met antipsychotica kan bij het tegelijk bestaan van dwang en tics werkzamer zijn op de dwangsymptomatologie dan serotonine heropnameremmers alleen. Er zijn geen studies over het effect van psychofarmaca bij comorbide depressie en/of angst.

Overige farmacotherapeutische overwegingen

Als richtlijn voor alle middelen geldt dat zo laag mogelijk gedoseerd moet worden. Het beste is te beginnen met een lage aanvangsdosering, en dit op geleide van het effect langzaam op te hogen. Bij teleurstellend effect dan wel bijwerkingenprofiel van één van de drie genoemde antipsychotica is het raadzaam over te gaan op één van de twee andere. Het is niet zinvol twee antipsychotica te combineren.

Het is essentieel dat periodiek de wenselijkheid van voortzetten van gebruik van tic-reducerende medicatie wordt geëvalueerd. Na verloop van tijd kunnen de tics dusdanig in ernst zijn afgenomen dat medicatie niet meer nodig is; een eenmaal ingestelde behandeling moet niet jaren worden voortgezet zonder dat geprobeerd is de medicatie af te bouwen. Dit moet minimaal een keer per jaar aan de orde komen.

Niet-medicamenteuze aspecten

De evaluatie van iedere interventie behoort altijd in het licht gezien te worden van de natuurlijk optredende wisselingen in de ernst van de symptomen. Als tics op een bepaald moment ernstig zijn hoeft niet elke daaropvolgende verbetering een direct gevolg van de behandeling te zijn. Het duurt bovendien vaak enige weken voordat anti-tic medicatie zijn maximale effect heeft bewerkstelligd. Dit maakt het niet altijd eenvoudig de werkzaamheid van een behandelinterventie te beoordelen. Dit geldt voor zowel medicatie als gedragstherapie. Het is daarom raadzaam om de ernst van de tics bij elke controle op een gestandaardiseerde wijze vast te leggen. Het beste kan hiertoe gebruik gemaakt worden van de Yale Global Tic Severity Scale. Zoals eerder aangegeven kan dit instrument zowel door de clinicus als door het kind of de ouders thuis gebruikt worden.

Terug naar boven

atomoxetine in de behandeling van comorbide ADHD. Er treedt geen verergering van de tics op (ESSTS working group).

Belangrijke informatie

Veiligheidsaspecten

Het gebruik van clonidine kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden, waaronder deelname aan het verkeer (fietsen) kunnen daarvan hinder ondervinden. Het is aan te bevelen de medicatie niet abrupt af te breken, maar geleidelijk – binnen enkele dagen – te verminderen wegens de kans op stijging van de bloeddruk als rebound-effect. Tijdens behandeling moet regelmatig de bloeddruk en polsfrequentie worden gecontroleerd. Voor meer informatie, zie toxiciteit van clonidine in het Kinderformularium.

Gebruiksgemak

Clonidine is beschikbaar in dragee- of tabletvorm.

Toepasbaarheid

Er kan met clonidine worden gestart als naast tics sprake is van hyperactiviteit en impulsiviteit en/of inslaapstoornissen. Bij kinderen jonger dan zeven jaar vormt clonidine dan middel van eerste keus. Andere indicaties zijn onacceptabele bijwerkingen of ongunstig effect van antipsychotica, een met gebruik van stimulantia geassocieerde verergering van tics, andere onacceptabele bijwerkingen van stimulantia of ontbrekend effect van stimulantia op ADHD-symptomen van kinderen met tics.

Overige farmacotherapeutische overwegingen

De dosis van clonidine dient altijd geleidelijk in twee tot drie weken opgebouwd te worden. Wanneer men wil afbouwen, is het aan te bevelen de medicatie niet abrupt af te breken, maar geleidelijk – binnen enkele dagen – te verminderen wegens de kans op stijging van de bloeddruk als rebound-effect. Tijdens behandeling moet regelmatig de bloeddruk en polsfrequentie worden gecontroleerd. Zie voor het doseringsadvies het Kinderformularium.

Terug naar boven

verapamil en nifedipine en de benzodiazepine-agonist clonazepam. Levetiracetam bleek niet significant beter dan placebo in een RCT met cross-over design (n=22) (Smith-Hicks, 2007). De ticreductie van levetiracetam en topiramaat bleek wel in open studies. Van baclofen en nicotinepleisters zijn positieve resultaten beschreven. Hiernaast lijken de eerste resultaten van tetrabenazine veelbelovend met weinig gewichtstoename (ESSTS working group).

Recent zijn de richtlijnen voor de diagnostiek en behandeling van het tourette syndroom verschenen in ECAP. De richtlijnen zijn geschreven door de European Society for the study of Tourette's syndrome. De richtlijn voor behandeling met medicijnen kunt u online vinden.

Terug naar boven

Expertgroep tics

Het thema Tics is tot stand gekomen met medewerking van de expertgroep:

  • Jolande van de Griendt, GZ psycholoog/gedragstherapeut, HSK Groep
  • Pieter Hoekstra, kinder- en jeugdpsychiater bij het Universitair centrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie, Accare
  • Cara Verdellen, klinisch psycholoog/gedragstherapeut en gepromoveerd deskundige in de gedragstherapie van ticstoornissen, HSK Groep
Terug naar boven

    Reageren

    Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond u niet precies wat u zocht? Laat het ons weten.

    Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

    De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

    Sluiten