Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters

Depressie bij kinderen en adolescenten (stemmingsstoornis)

Hieronder vindt u betrouwbare kennis over de diagnose en behandeling van depressie bij kinderen en adolescenten. Professionals in de jeugd-ggz krijgen inzicht in onder andere: klinisch beeld, etiologie, prevalentie, comorbiditeit, diagnostiek, behandeling, en beloop en prognose.

Het Kenniscentrum heeft de teksten in samenwerking met experts en ervaringsdeskundigen opgesteld en spant zich in om de informatie zo actueel mogelijk te houden. Heeft u suggesties? Deze kunt u doorgeven via het formulier onderaan de pagina.

Op deze pagina

Beschrijving depressie

Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven

ADHD, Trauma (PTSS)angststoornissenautisme en lichte verstandelijke beperking. Op basis van gegevens over bijvoorbeeld verloop en werkzaamheid van behandeling pleiten sommige auteurs ervoor om comorbide depressieve stoornis en gedragsstoornis als een afzonderlijke stoornis te beschouwen. Bij jongeren met een persoonlijkheidsstoornis (in het bijzonder de borderline persoonlijkheid) is vaak sprake van comorbide depressie.

Bij een depressieve stoornis op de kinder- en jeugdleeftijd moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat bij een klein deel van de depressieve kinderen en pubers de depressie een voorloper is van een bipolaire stoornis. Met name bij een familiaire belasting met een bipolaire stoornis is deze kans aanwezig. Psychomotore retardatie, pathologische schuldgevoelens, stemmingsschommelingen ('s ochtends somberder), psychotische verschijnselen, atypische symptomen zoals toegenomen slaapbehoefte zijn symptomen die vaker voorkomen bij depressies die later overgaan in een bipolair beeld (Smith & Craddock, 2011).

Terug naar boven
Terug naar boven

Diagnose depressie

angst, ADHD, autismegedragsstoornissen ODD/CD, lichte verstandelijk beperking en borderline persoonlijkheidsstoornis).

Terug naar boven

CBCL (Child Behavior Checklist) gebruiken, en in het bijzonder de DSM-IV schaal affectieve problemen. Als zelfrapportage lijst kan bij kinderen van 11-18 jaar gebruik worden gemaakt van de YSR (Youth Self Report), ook hier in het bijzonder van de DSM-IV schaal affectieve problemen. Daarnaast wordt aangeraden om vooral de kinderen en adolescenten zelf te bevragen en ter aanvulling ook de ouders of verzorgers.

Gebruik van de CDI als screeningsinstrument voor ‘mass screening’, ‘selective screening’ of ‘case finding’ wordt afgeraden. Alhoewel de CDI een zelfrapportage lijst is voor depressie kan de lengte van de lijst een praktisch bezwaar vormen bij het screenen. In 2016 is een nieuwe versie van de CDI uitgebracht, de CDI-2 (Bodden, Braet & Stikkelbroek, 2016).

Voor de screening op psychopathologie door huisartsen en bij eventueel screenen via scholen (bijvoorbeeld tijdens periodieke gezondheidsonderzoeken door de GGD) wordt aanbevolen om de SDQ (Strengths and Difficulties Questionnaire) te gebruiken.

Klinische diagnostiek

Onderstaande aanbevelingen over klinische diagnostiek bij depressie zijn deels gebaseerd op de richtlijn Addendum Depressie bij jeugd van het Trimbos (2009).

Er dient onderscheid te worden gemaakt tussen diagnostiek bij kinderen in de basisschool leeftijd en bij adolescenten omdat de verschijningsvorm van depressie nogal kan verschillen. Zo ziet men in de basisschoolleeftijd nog geen bipolaire of psychotische depressies en is het op de basisschoolleeftijd vaak nog moeilijk angststoornissen en depressie te differentiëren.

Klinisch interview

Bij het vermoeden van stemmingsstoornissen verdient het aanbeveling in de klinische diagnostiek een combinatie te gebruiken van een gestandaardiseerd klinisch-diagnostisch interview (afgenomen bij zowel ouders/verzorgers als het kind) en psychometrisch goed onderbouwde vragenlijsten. De eerste keus hiervoor is de K-SADS (Kiddie-SADS-lifetime versie). Voor kinderen van 4-11 jaar is de ADIS-C (Anxiety Disorders Interview Schedule-Childversion) een goede tweede optie, maar bij adolescenten is deze voor depressie te weinig differentiërend (Silverman e.a.,1988). Van deze lijst is ook een ouderversie beschikbaar, de ADIS-P.

Wanneer men geen gebruikt maakt van een (semi-)gestructureerd interview wordt aanbevolen om in ieder geval alle DSM-5 symptomen van stemmingsstoornissen systematisch af te vinken op zowel aan- als afwezigheid.

Vragenlijsten

Deze kunnen aanvullende informatie geven over de ernst van de depressie en kunnen worden gebruikt om de behandelrespons te monitoren. De CDI-2 (Children’s Depression Inventory) is daarvoor een geschikt instrument. Aanbevolen wordt om bij gebruik van deze zelfrapportagelijst na twee weken een herhaalde meting uit te voeren. Om een zo hoog mogelijke voorspellende waarde te verkrijgen (86,3%) dient men een cut-off van 16 te hanteren. Mogelijk is de CDI voor jongeren vanaf ca. 14-15 jaar te kinderachtig. In die gevallen is een alternatief de IDS (Inventory for Depressive Symptomatology). Deze lijst is minder ‘kinderachtig’ en is sensitiever voor atypische depressie. Een ander alternatief is de BDI (Beck Depression Inventory).

Niet-specifieke instrumenten

Enkele instrumenten meten geen depressieve symptomen, maar kunnen wel nuttig zijn in de diagnostiek van depressie omdat ze problemen meten die vaak samen voorkomen met depressie, zoals zelfbeeld of eigenwaarde. De CBSK (Competentie Belevingsschaal voor Kinderen) of de CBSA (Competentie Belevingsschaal voor Adolescenten) is een internationaal bekende lijst die gevoel voor eigenwaarde en inschattingsvermogen van eigen vaardigheden meet.

Terug naar boven
Terug naar boven

Behandeling depressie

stroomdiagram van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (2016) geeft het proces weer van het signaleren van depressieve klachten bij jongen, tot het begeleiden, monitoren, nader onderzoeken en toeleiden naar verdere diagnostiek en eventueel behandeling.

De richtlijn Addendum Depressie bij jeugd (Trimbos, 2009) bevat een flowchart die als hulpmiddel kan dienen bij aanbevelingen voor behandeling (pagina 110) en een overzicht die ondersteuning kan bieden bij het inschatten van de ernst (pagina 111).

Uiteraard start iedere behandeling met psycho-educatie waarbij ouders en kind niet alleen uitleg krijgen over wat een depressie is, maar ook over de hypothese waarom juist dit kind in deze omstandigheden een depressie heeft ontwikkeld.

  • Bij lichte depressies wordt geadviseerd te beginnen met psychosociale interventies, gericht op het verminderen van stressoren en het vergroten van de draagkracht van het kind. Gevonden is dat bij 1:5 kinderen hiermee de depressie al opklaart. Als dat niet het geval is, is cognitieve gedragstherapie (CGT) (bij kinderen van 8-12 jaar) dan wel interpersoonlijke psychotherapie (IPT) (bij pubers van 13 -17 jaar) de behandeling van eerste keus bij lichte tot matig ernstige depressies.
  • Bij matig ernstige tot ernstige depressies verloopt het herstel sneller als een antidepressivum wordt toegevoegd aan een psychologische behandelvorm.
  • Bij de ernstigste depressies lijkt CGT geen toegevoegde waarde te hebben naast medicatie en is er veel voor te zeggen om te beginnen met medicatie en activatie en later een psychologische behandelvorm toe te voegen

Tenslotte is geen behandeling compleet zonder een terugvalpreventieplan: wat te doen als de stress weer oploopt en de stemming dreigt te dalen. De kans op een recidief is immers groot.

De ernst van de depressie, en de mate van herstel na 12 weken zijn het meest voorspellend voor het beloop. Actief volgen of de behandeling wel effect heeft en niet genoegen nemen met traag of slechts gering herstel is dus van groot belang. Behandeling is steeds gericht op remissie. De aanwezigheid van comorbide angst en dysthymie, autisme spectrum stoornissen, persoonlijkheidsproblemen, alcohol- en middelenmisbruik, zelfbeschadiging en conflicten in het gezin zijn van grote invloed op het al dan niet slagen van de behandeling. Deze condities moeten dus meegenomen worden in het behandelplan.

Geadviseerd wordt om na de acute behandelfase door te gaan met onderhoudsbehandeling en in totaal tenminste 6-9 maanden te behandelen. Voor medicatie geldt het advies om een jaar door te gaan. Niet alleen lijkt op deze manier de kans op recidive (iets) lager dan eerder werd gevonden, in één van de grote multicenter onderzoeken van de afgelopen jaren (TORDIA) ging het herstel nog door tijdens deze onderhoudsfase.

Subjectieve slaapproblemen zijn bovendien een vaste klacht bij kinderen en jongeren met een depressieve stoornis (Lovato & Gradisar 2014). Depressieve kinderen en jongeren doen er langer over om in slaap te vallen, worden tussendoor vaker wakker en hebben een minder effectief slaappatroon. Vergeleken met niet-depressieve kinderen en jongeren hebben ze een kortere REM latentie en een grotere REM densiteit (dus minder slaap zonder dromen, stadium 3 en 4 non-REM slaap, waarin herstel plaats vindt en meer en heftiger dromen). Dit geldt waarschijnlijk vooral voor de ernstiger depressies (voor opgenomen, suïcidale patiënten), zoals bij jongeren kunnen voorkomen. Bij kinderen met een depressie voor de puberteit is weinig onderzoek naar het slaappatroon verricht. Voor zover bekend zijn deze veranderingen in het slaappatroon vaker aanwezig in adolescenten dan in kinderen (Alfano e.a., 2009 in Gregory en Sadeh 2016).

Ongeveer een derde van de behandelde kinderen of jongeren verbetert echter niet met psychotherapie in de vorm van CGT of IPT. Als na een psychotherapeutische behandeling van drie maanden geen verbetering is opgetreden, wordt gestart met een antidepressivum en wel een selectieve serotonine heropname remmer (SSRI). Bij kinderen onder de zes jaar is terughoudendheid geboden met het voorschrijven van deze middelen. Uit farmacotherapeutisch onderzoek komt naar voren dat ongeveer 60% van de jeugdigen met een depressie die worden behandeld met een SSRI niet opknapt (Bridge e.a., 2007).

Terug naar boven

PratenOnline bestaat uit een zo beperkt mogelijk aantal individuele chatsessies met een jeugdhulpverlener, aangeboden door Jeugdriagg Noord-Holland Zuid.

Doepressie

Doepressie online is een geprotocolleerde cognitieve gedragstherapie voor jongeren in de middelbare-schoolleeftijd met depressie of depressieve klachten. Het is een blended online programma, zodat jongeren onderdelen van de behandeling ook thuis op de computer doen. Doepressie online is door Accare, De Bascule en De Jutters/Youz ontwikkeld in samenwerking met Triversum, Karakter, Yulius en Curium, en Yvonne Stikkelbroek.

Sparx

Het computerspel Sparx is gericht op jongeren met depressieve klachten. Het 3D-spel leert jongeren met negatieve gedachten om te gaan, problemen op te lossen en om toekomstgericht te werken. Het spel is ontwikkeld in Nieuw-Zeeland en nog niet beschikbaar. Er wordt naar financiering gezocht om het spel vrij te geven.

Lichttherapie

Bij een seizoensgebonden stemmingsstoornis bij jongeren kan lichttherapie ingezet worden middels een speciale lichttherapie lamp of bril. Hoewel hiervoor wel enige evidentie is (Swedo et al., 1997), is er weinig en geen recente literatuur beschikbaar. Maar lichttherapie is relatief eenvoudig en kortdurend in te zetten, in verreweg de meeste gevallen zonder enige nadelen.

Lopende onderzoeken

E-TRAIN: Arkin onderzoekt de nieuwe emotieregulatietraining E-TRAIN, als aanvulling op hun reguliere CGT-behandeling. In het voorjaar van 2021 start een gerandomiseerde, gecontroleerde trial die de effectiviteit van E-TRAIN als aanvulling op reguliere CGT-behandeling onderzoekt.

STAY-FINE-app: Via een chatgroep op vaste tijdstippen, onder begeleiding van een ervaringsdeskundige, kunnen de jongeren ook steun bij elkaar zoeken en tips en advies met elkaar uitwisselen.

Boost My Mood app: Jongeren kunnen met de app zelf aan de slag om hun stemming te verbeteren en problemen met stress, slapen en piekeren te verminderen. In de app staan oefeningen, tips en verhalen van andere jongeren die jongeren kunnen helpen om zich beter te voelen.

Yoga bij depressie: een gerandomiseerde, gecontroleerde studie bij jonge vrouwen met een depressie.

Terug naar boven
Terug naar boven

Medicatie depressie

Flowchart medicatie bij depressie

Flowchart over medicatie bij depressie
Terug naar boven
  • fluoxetine is de werking en de veiligheid aangetoond voor de behandeling van matig ernstige tot ernstige depressies bij kinderen vanaf 8 jaar
  • Voor de werkzaamheid van de SSRI’s sertraline, citalopram, escitalopram en de SNRI venlafaxine bestaat enig, maar niet eenduidig, bewijs
  • Tricyclische antidepressiva, en de SNRI mirtazapine zijn niet werkzamer dan placebo bij de behandeling van depressies in de kinder- en jeugdpsychiatrie.
Terug naar boven

sertraline en escitalopram statistisch effectiever in vergelijking met placebo, (Cipriani e.a., 2016; Ignaszewski e.a.,2018). Echter dient er op aanraden van Walkup kritisch naar meta-analyses gekeken te worden die de effectiviteit van antidepressiva bij kinderen en jeugd omschrijven. Hierin schetst Walkup de verschillen tussen industriegesponsorde trials en trials gefinancierd door de National Institute of Mental Health die zijn meegenomen in dergelijke meta-analyses en roept op om de laatstgenoemde trials, waarin de effectiviteit van antidepressiva in deze doelgroep relatief goed bleek, zwaarder te laten meewegen in toekomstige reviews, (Walkup J., 2017

Suïcidaliteit

Wanneer wordt gekeken naar de RCT’s die alleen de behandeling met fluoxetine betreffen, blijkt er voor fluoxetine geen significant verhoogd risico te zijn op suïcidale gedachten, intenties, handelingen en zelfbeschadigend gedrag bij kinderen en jongeren, (Hetrick e.a., 2008). In de placebogecontroleerde studies die in de recente meta-analyses zijn opgenomen, kwamen geen geslaagde suïcides voor. Voor sertraline bestaan aanwijzingen dat het risico op toename van suïcidale ideaties significant is.

Van SSRI’s, en tevoren ook van andere antidepressiva, is aangenomen dat met name in de eerste fase van de behandeling de kans op suïcidaliteit toeneemt ten gevolge van een aanvankelijk activerend effect van antidepressiva.Voor volwassenen lijkt het inmiddels simpel: suïcidaliteit hangt samen met de ernst van de depressie en neemt navenant af bij behandeling met SSRI’s. Dit is tevens gebleken uit onderzoek door Gibbons e.a., 2012, waarbij door het gebruik van fluoxetine en de SNRI venlafaxine een afname in suïcidale gedachten te merken was bij volwassenen en ouderen.Voor jeugd is het complexer: ook daar hangt suïcidaliteit samen met ernst van de depressie, maar lijken ook andere factoren een rol te spelen, zoals interpersoonlijk conflict, alcohol-en middelengebruik en wellicht ook andere psychopathologie met toegenomen prikkelbaarheid.Er wordt gesuggereerd dat antidepressiva in relatief mindere mate effectief zijn in de preventie van suïcidaal gedrag onder jongeren (≤25 jaar) dan diegenen ouder dan 25 jaar, (Termorshuizen e.a., 2015). Het is overigens niet bekend hoe depressieve kinderen en jongeren bij wie reeds een verhoogd suïciderisico bestaat, op SSRI’s reageren, (Hussain e.a., 2018

Non-respons

Onderzoek naar het te voeren beleid bij kinderen en jongeren met een depressie die niet reageren op een eerste behandeling met een SSRI, is beperkt voorhanden en geeft geen eenduidig beeld. In de Treatment of SSRI-Resistant Depression in Adolescents Study (TORDIA) wordt aanbevolen om wanneer na 12 weken behandeling met fluoxetine geen respons optreedt, opnieuw vast te stellen of er sprake is van een matig ernstige tot ernstige depressie. Als dat het geval is, kan sertraline of citalopram als tweede SSRI worden voorgeschreven, zoals ook in de in de richtlijn van het National Institute of Clinical Excellence (NICE) wordt geadviseerd. De kans dat dit leidt tot een respons is circa 50%, (Brent e.a., 2008). Andere studies laten echter zien dat bij doorbehandelen ook na 12 weken behandeling nog effect kan optreden, (TADS, 2009; Goodyer e.a., 2007). In de Treatment for Adolescents with Depression Study steeg het succespercentage van bijna 40% bij 12 weken naar 80% na 36 weken wanneer patiënten met fluoxetine (tot 60mg) en CGT werden doorbehandeld. Bij 64% leidde deze combinatiebehandeling tot remissie na 36 weken, (TADS, 2009).Toevoegen van CGT aan de behandeling met een nieuwe SSRI of venlafaxine bij jongeren die op een eerste SSRI na acht weken geen respons lieten zien, bleek in het TORDIA-onderzoek te leiden tot een significant groter aantal jongeren dat verbeterde op de Clinical Global Impressions (CGI)-schaal en de Children’s Depression Rating Scale Revised (CDRS-R) (54,8% met CGT vs. 40,5% zonder CGT, NNT=7), (Brent e.a., 2008).

Terugval

De kans op terugval na staken van het antidepressivum is voor fluoxetine in twee studies onderzocht, (Emslie, 2004; 2008). Een groot deel van de kinderen en jongeren (respectievelijk 60 en 69%) blijkt na een jaar te zijn teruggevallen wanneer fluoxetine na 19 weken werd omgezet in placebo. Wanneer fluoxetine werd gecontinueerd, waren deze percentages respectievelijk 34 en 42% (NNT=4 in beide onderzoeken). In een relatief klein onderzoek met 46 respondenten na 12 weken behandeling met fluoxetine bleek toevoegen van CGT aan een voortgezette behandeling met fluoxetine na 24 weken 15% terugval te geven tegen 37% terugval in de groep die alleen fluoxetine kreeg (NNT=5), (Kennard e.a., 2008). Eenzelfde resultaat werd gevonden door Emslie e.a., 2015, waarin wordt gesuggereerd dat het toevoegen van CGT na respons op medicamenteuze therapie de kans op terugvallen verkleint, (Emslie e.a., 2015). Het beschikbare bewijs heeft tot de aanbeveling geleid bij een klinische respons fluoxetine ten minste gedurende zes maanden voort te zetten in combinatie met psychologische begeleiding. Voor de afbouw van fluoxetine is een periode van vier tot zes weken gebruikelijk, (Buitelaar e.a., 2009)

Terug naar boven

Mirtazapine is onderzocht in 2 RCT’s en leidde niet tot een significant behandeleffect, (Cipriani e.a.,2016). De werkzaamheid van sint-janskruid is niet onderzocht in RCT’s bij kinderen en adolescenten met depressie, (Hazell, P., 2015).

Een kleine RCT met omega-3 vetzuren bij 28 kinderen (6-12 jaar) met een depressie liet een significant behandeleffect zien ten opzichte van placebo, (Nemets e.a., 2006). Meta-analyses over de effecten van omega-3 vetzuren (meestal als aanvulling) in de behandeling van depressies bij volwassenen vinden een significant behandeleffect, maar ook significante heterogeniteit tussen verschillende RCT’s die het trekken van conclusies bemoeilijkt (Lin & Su, 2007; Osher e.a., 2006; Deacon, e.a., 2017). Mocking e.a. (2016) omschreef in een meta-analyse een positief effect van meervoudig onverzadigde omega-3 vetzuren in patiënten gediagnosticeerd met ernstige depressie. Dit effect leek groter te zijn in onderzoeken waarbij hogere doseringen van eicosapentaeenzuur (een meervoudig onverzadigd omega-3 vetzuur) gegeven werd en in onderzoeken waarbij patiënten waren geïncludeerd die antidepressiva gebruikten.

Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven

Multidisciplinaire Richtlijn Depressie bij Jeugd, addendum.

Cohen D, Paillere-Martinot ML, Basquin M. (1997). Use of electroconvulsive therapy in adolescents. Convulsive Therapy; 13(1): 25-31

Dubicka B, Hadley S, Roberts C. (2006). Suicidal behaviour in youths with depression treated with new-generation antidepressants: meta-analysis. Br J Psychiatry; 189: 393-398

Emslie GJ. (2009). Understanding placebo response in pediatric depression trails. The American Journal Of Psychiatry; 166(1): 1-3

Emslie GJ, Heiligenstein JH, Wagner KD, Hoog SL, Ernest DE, Brown E, Nilsson M, Jacobson JG. (2002). Fluoxetine for acute treatment of depression in children and adolescents: a placebo-controlled, randomized clinical trial. Journal Of The American Academy Of Child and Adolescent Psychiatry; 41(10): 1205-1215

Kirsch I, Deacon BJ, Huedo-Medina TB, Scoboria A, Moore TJ, Johnson BT. (2008). Plos Medicine5(2): e45

March JS, Silva S, Vitiello B,The TADS team. (2006). The treatment for adolescents with depression study (TADS): methods and message at 12 weeks. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry; 45(12): 1393-1403

NICE. (2005). Schizophrenia, Core interventions in the treatment and management of schizophrenia in adults in primary and second care. NICE clinical guideline 82.

Rey JM, Walter G. (1997).Half a century of ECT use in young people. Am J Psychiatry; 154(5): 595-602

Swedo SE, Allen AJ, Glod CA, Clark CH, Teicher MH, Richter D, Hoffman C, Hamburger SD, Dow S, Brown Ch, Rosenthal NE. (1997). Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry: A Controlled Trial of Light Therapy for the Treatment of Pediatric Seasonal Affective Disorder. American Academy of Child & Adolescent Psychiatry; 36(6): 816-821

Tauscher-Wisniewski S, Nilsson M, Caldwell C, Plewes J, Allen AJ. (2007). Meta-analysis of aggression and/or hostility-related events in children and adolescents treated with fluoxetine compared with placebo. J Child Adolesc. Psychopharmacol;17(5):713-718

Usula T, Clavenna A, Zuddas A, Bonati M. (2008). Randomised controlled 3180 trials of selective serotonin reuptake inhibitors in treating depression in children and adolescents: a systematic review and meta-analysis. Eur Neuropsychopharmacol;18(1): 62-73

Wohlfarth TD, van Zwieten BJ, Lekkerkerker FJ, Gispen-de Wied CC, Ruis JR, Elferink AJ, Storosum JG. (2006). Antidepressants use in children and adolescents and the risk of suicide. Eur Neuropsychopharmacol; 16(2): 79-83

Weersing VR, Brent DA. (2003). Cognitive behavioral therapy for adolescent depression. In: Kazdin AE, Weisz JR, eds. Evidence-based psychotherapies for children and adolescents. New York: Guilford Press: 135-147

Pubmed search

Cipriani, A., Zhou, X., Del Giovane, C., et al. (2016). Comparative efficacy and tolerability of antidepressants for major depressive disorder in children and adolescents: a network meta-analysis. Lancet, 388:881-90.SSRI
Depression AND children

Ignaszewski, M.J., Waslick, B. (2018). Update on randomized placebo-controlled trials in the past decade for treatment of major depressive disorder in child and adolescent patients: a systematic review. Journal of Child and Adolescent Psychopharmacology
Treatment depression AND children

Deacon, G., Kettle, C., Hayes, D., et al. (2017). Omega-3 polyunsaturated fatty acids and the treatment of depression. Critical reviews in food science and nutrition. 2;57(1):212-223.
Treatment depression AND children

Hussain, H., Dubicka, B., Wilkinson, P. (2018). Recent developments in the treatment of major depressive disorder in children and adolescents. Evid Based Mental Health 21(3):101-106.
Treatment depression AND children

Hazell, P., (2015). Depression in children and adolescents: complementary therapies. BMJ Clinical Evidence.
Treatment depression AND children

Kennard, B.D., Mayes, T.L., Chahal, Z., et al. (2018). Predictors and moderators of relapse in children and adolescents with major depressive disorder.Journal of clinical psychiatry. 79(2). pii: 15m10330. doi: 10.4088/JCP.15m10330.
Depression relapse AND children adolescents

Terug naar boven

Expertgroepen depressie

Het hoofdstuk Medicatie is in 2019 geactualiseerd met dank aan het Formularium FMS en de expertgroep.

Het thema Stemmingsstoornissen is in 2012 geactualiseerd met dank aan de expertgroep:

  • Marco Bottelier, kinder- en jeugdpsychiater, Triversum
  • Peter Erkelens, kinder- en jeugdpsychiater, Curium-LUMC
  • Max Güldner, klinisch psycholoog en psychotherapeut, De Bascule
  • Lidie Nonnekes, Pandora
  • Catrien Reichart, kinder- en jeugdpsychiatrie en opleider psychotherapie, Curium-LUMC
  • Jet Roobol, kinder- en jeugdpsychiater, Altrecht
  • Bart Siebelink, klinisch psycholoog, Curium-LUMC
  • Yvonne Stikkelbroek, klinisch psycholoog, Universiteit Utrecht

De expertgroep Depressie 2006 en 2010 bestond uit:

  • Frits Boer, emeritus hoogleraar kinderpsychiatrie, AMC
  • Carolien Braet, klinisch psycholoog, gedragstherapeut, Universiteit Gent
  • Catrien Reichart, kinder- en jeugdpsychiatrie en opleider psychotherapie, Curium-LUMC
  • Marike Serra, wetenschappelijk onderzoeker, Accare
  • Bart Siebelink, klinisch psycholoog, Curium-LUMC
  • Yvonne Stikkelbroek, klinisch psycholoog, UMCU
Terug naar boven

    Reageren

    Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond u niet precies wat u zocht? Laat het ons weten.

    Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

    De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

    Sluiten