Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters

Chronisch trauma bij kinderen en adolescenten

Hieronder vindt u betrouwbare kennis over de diagnose en behandeling van chronisch trauma bij kinderen en adolescenten. Professionals in de jeugd-ggz krijgen inzicht in onder andere: klinisch beeld, etiologie, prevalentie, comorbiditeit, diagnostiek, behandeling, en beloop en prognose. Het Kenniscentrum heeft de teksten in samenwerking met experts en ervaringsdeskundigen opgesteld en spant zich in om de informatie zo actueel mogelijk te houden. Heeft u suggesties? Deze kunt u doorgeven via het formulier onderaan de pagina.

Op deze pagina

Beschrijving

1 worden hier in de klinische praktijk voor gebruikt:

• Posttraumatische Stressstoornis (PTSS)
• Complexe Posttraumatische Stressstoornis
• Developmental Trauma Disorder
• Dissociatieve stoornis Niet Anderszins Omschreven (DSNAO)
• Dissociatieve Identiteitsstoornis (DIS)
• Conversiestoornis
• Reactieve hechtingsstoornis
• Borderline persoonlijkheidsstoornis
• Aanpassingsstoornis, chronisch
• Separatieangststoornis
• Gedragsstoornis
• Eetstoornissen

Aan de hierboven aangeduide stoornissen ligt vaak chronische traumatisering ten grondslag die in de kinder- en jeugdfase heeft plaatsgevonden. Er kunnen echter ook andere stoornissen voorkomen. Het is noodzakelijk om naast beschrijving van het klachtenpatroon een beschrijvende diagnose op te nemen waarin de dynamiek en/of veronderstelde etiologie van de klachten met de traumatische ervaringen wordt weergegeven. Een voorbeeld hiervan is 'een eetstoornis gerelateerd aan onverwerkte ervaringen m.b.t. seksueel misbruik'.

Hoewel problemen en klachten bij de jeugdigen de invalshoek zijn voor de expertgroep, blijft de aandacht bij de diagnose en behandeling niet tot de jeugdigen beperkt. Ook het systeem waarin de jeugdigen leven – gezin, pleeggezin, directe verzorgers – en waarvan zij in sterke mate afhankelijk zijn, wordt betrokken; in principe vinden jeugdigen daar hun basisveiligheid en liggen daar de voorwaarden voor verdere ontwikkeling.

Het kan zijn dat de oorzaak van het chronische trauma in het systeem ligt. Het is vanzelfsprekend dat het systeem dan ook wordt behandeld met als doel een veilige omgeving voor de jeugdige te creëren en de oorzaak van de traumatisering weg te nemen.
Ook wanneer de oorzaak van het chronisch trauma niet in het verzorgend systeem ligt is het van belang dit systeem bij de diagnose en behandeling te betrekken. De wijze van reageren van het systeem op de jeugdige en de kwaliteit van de hechtingsrelatie van de jeugdige met het verzorgend systeem is evenzeer van belang voor de verwerking van de traumatische ervaringen.

Hiermee zijn kort de redenen geschetst waarom de expertgroep de jeugdige met de chronische traumatisering als primaire doelgroep beschouwt en het gezin en het primair verzorgend systeem als intermediaire doelgroep.
Wanneer de intermediaire doelgroep zelf directe hulp behoeft, wordt die door de hulpverlener van de jeugdige verzorgd, meestal door verwijzing.

NB: Er bestaan verschillende richtlijnen voor de diagnostiek en behandeling van kinderen met (een vermoeden van) chronische traumatisering. De richtlijnen meervoudig trauma zijn opgesteld conform de internationale en Nederlandse richtlijnen voor behandeling van posttraumatische stressstoornissen en (reactieve) hechtingsstoornissen en hechtingsproblematiek. In het Engels zijn er richtlijnen ontwikkeld door de American Academy of Child and Adolescent Psychiatry (AACAP) en de National Institute for Health and Care Excellence (NICE). De International Society for the Study of Dissociation (ISSTD) heeft een richtlijn ontwikkeld die betrekking heeft op (traumagerelateerde) dissociatieve symptomen.

1. Niet elke in de praktijk gebruikte classificatie is in de DSM-5 opgenomen.

Terug naar boven

AD(H)D
• autisme (ass)
• psychotische stoornissen
angst en dwang
• stemmingsstoornissen
• gedragsstoornissen (odd/cd)
• enuresis en encopresis
• eetstoornissen

Een en ander noodzaakt tot differentiaaldiagnostiek. Meer hierover in het hoofdstuk over diagnose.

Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven

gedrags- en stemmingsstoornissen nog als zodanig worden gediagnosticeerd terwijl psychotrauma de achterliggende stoornis is. Men moet rekening houden met de mogelijkheid dat een stoornis zich gaandeweg ontwikkelt of ontwikkeld heeft op basis van of vanwege een direct door chronisch trauma veroorzaakt probleem.

Onveilige gehechtheid lijkt een voedingsbodem voor onder meer dissociatieve stoornissen, gedragsstoornissen en angststoornissen.
Bij slachtoffers van type II trauma (recidiverende traumatisering) zijn er naast
stemmingsstoornissen en angststoornissen met name ook somatoforme stoornissen, dissociatieve stoornissen, en misbruik van middelen beschreven. Een dissociatieve stoornis bestaat altijd uit een combinatie van traumagerelateerde symptomen en een ernstige verstoring in de hechting.

Volgens verschillende onderzoekers is er bij jonge getraumatiseerde kinderen sprake van hoge comorbiditeit van separatieangststoornis en oppositioneel-opstandige gedragsstoornis (Scheeringa e.a., 2003; Scheeringa e.a., 2005).
Getraumatiseerde kinderen hebben een groter risico op ontwikkelingsachterstanden, taal- en spraakproblemen en onbehandelde medische ziekten (Reems, 1999; Rosenfeld e.a., 1997). Deze worden in eerste instantie als secundair gezien. Daarnaast kunnen met name taal, spraak en andere cognitieve problemen ook kenmerken van de getraumatiseerde jeugdige zijn. Zie The Adverse Childhood Experiences Study.

Nu er meer onderzoek gedaan wordt naar de neurobiologische processen die samengaan met traumatisering, worden ook de cognitieve problemen van deze kinderen duidelijker (Struik, 2012).

Er is in de gevallen als hier beschreven vaak aanleiding tot differentiaal diagnose voor het overwegen van verschillende stoornissen. Daarbij houdt de diagnosticus open of de problemen die hij vindt met elkaar verweven zijn, of dat hier sprake is van echte comorbiditeit. Zie ook Klinisch beeld en classificatie, Vermenging met anders geclassificeerde klachten.

Terug naar boven

Veiligheid

Terug naar boven

Diagnose stellen

Er wordt in kaart gebracht welke soorten traumatiserende gebeurtenissen de jeugdige en zijn gezin hebben meegemaakt, op welke leeftijd, hoe lang deze geduurd hebben (chroniciteit) en of het wel of niet binnen de context van de familie plaatsvond. Verder komen aan de orde: de reactie van de omgeving zoals de mate van steun vanuit ouders en de omgeving, of er sprake was/is van geheimhouding, in hoeverre er nog sprake is van actuele bedreiging en de mate waarin de pleger verantwoordelijkheid neemt.

Ook vraagt de hulpverlener na van welke herinneringen de jeugdige nu nog last heeft en op welke manier de herinneringen interfereren met het functioneren van kind en gezin. De mate waarin ontregeling plaatsvindt bij de jeugdige of de ouder als erover wordt gesproken, geeft een indicatie in hoeverre de jeugdige en/of ouder confrontatie met de traumatische herinneringen aan kunnen.

Terug naar boven

Er wordt in kaart gebracht welk type traumagerelateerde symptomen de jeugdige nu laat zien, wanneer deze begonnen zijn en hoe deze symptomen zich ontwikkeld hebben. Daarnaast wordt de mate van ernst ingeschat en de factoren die van invloed zijn op de ernst van de klachten. Er wordt gekeken naar uiteenlopende traumagerelateerde klachten en symptomen die, volgens van der Kolk en collega’s (2009), in vier clusters zijn samen te vatten:

  • Affectieve en fysiologische disregulatie, waaronder problemen in affectregulatie, regulatie van lichaamsfuncties, over/onder reactiviteit op geluid en aanraking, verminderd bewustzijn/ dissociatie van lichaamssensaties, emoties en lichamelijke gezondheid.
  • Disregulatie van aandacht en gedrag, waaronder preoccupatie met gevaar, inadequate zelfbescherming, inadequate manier van zichzelf geruststellen, zelfbeschadiging.
  • Zelfbeeld en onvermogen om relaties aan te gaan, waaronder een negatief zelfbeeld, wantrouwen, agressie ten opzichte van anderen, niet passende manieren van intimiteit zoeken, onvermogen om intiem contact aan te gaan en teveel of te weinig empathie.
  • Posttraumatische spectrumsymptomen.

Deze symptomen kunnen zich afzonderlijk of in combinatie manifesteren in de diverse milieus op school, in het gezin en in contact met leeftijdsgenoten.

Terug naar boven

Het doel van dit onderdeel is een beeld te krijgen van de context waarin de jeugdige leeft, de invloed daarvan op de klachten, het risico op doorgaande traumatisering en de mogelijkheden tot ondersteuning van behandeling. Daarnaast dient helder te worden in hoeverre de behandeling op inhoud en vorm moet worden aangepast aan de omgeving en cultuur van het gezin.

Familie

Er wordt een overzicht gemaakt van de belangrijke gezinsleden en familie, hun verhoudingen onderling en wie er een hechtingsfiguur is of kan zijn. Daarnaast worden de volgende zaken onderzocht en geëvalueerd: het gezinsfunctioneren, (dis)functionele gezinspatronen, de in stand houdende patronen met betrekking tot de klacht en veiligheid dan wel onveiligheid versterkende factoren.

Het is aanbevelenswaardig zich ervan te vergewissen of mogelijk de verwijzer al via CARE-NL de risicofactoren voor herhaling van geweld heeft onderzocht. Indien dit niet is gebeurd is dit een onderdeel bij de intake bij het Top Referent Trauma Centrum. Voor het overige zijn speciale aandachtspunten: de communicatie en relaties in het gezin, eventuele traumageschiedenis en/of psychische klachten van ouders, eigen gehechtheidsgeschiedenis, de mogelijkheden tot hechting en mentaliseren en actueel sociaal-maatschappelijk functioneren van ouders. Nagegaan wordt tevens of er (in het verleden) sprake is van criminaliteit, detentie, reclassering en/of verslavingsgedrag bij een van de ouders.

De interactie van de ouders met (de problematiek van) de jeugdige, hun ideeën over zijn intenties en gedragingen, de krachten van het gezin en signalen van veiligheid en eventuele klachten bij andere kinderen worden in kaart gebracht (AACAP, 2005). Bij jeugdigen met dissociatieve klachten is er specifieke aandacht voor disfunctionele gezinspatronen, geheimen, isolement en de attitude ten aanzien van religie/sekte/paranormale belevingen (International Society for the Study of Trauma and Dissociation, 2003).

Sociale omgeving

Er wordt systematisch nagegaan in hoeverre er nog andere problemen in het gezin zijn (zoals financieel, werk, huisvesting) die van invloed zijn op de huidige klachten van de jeugdige, of er sprake is van een multiproblem gezin, wat er nodig en haalbaar is binnen deze context, in hoeverre religie een rol speelt bij ontstaan of in stand houden van de klachten en hoe een behandeling aangepast moet worden hieraan. Daarnaast worden de positieve krachten in kaart gebracht, welke sociale steun er is en welke hulpbronnen benut kunnen worden.

Cultuur

Er wordt bekeken of er sprake is van een cultureel bepaalde visie op de traumatiserende gebeurtenissen (huiselijk geweld kan bijvoorbeeld als normaal worden beschouwd) of een bepaalde visie vanuit hun religie, hoe het gezin vanuit zijn cultuur of religie de klachten ervaart (bezeten zijn, somatiseren) en hoe een behandeling aangepast moet worden hieraan.

Terug naar boven

Het doel hiervan is een indruk te krijgen van de ontwikkeling van de jeugdige afgezet tegen zijn leeftijd en de relatie met de ontwikkeling van de klachten. Wat zijn kind-eigen factoren en wat kan een gevolg zijn van traumatisering?

Aan bod komen de gewone items uit een ontwikkelingsanamnese met als specifieke onderwerpen: de mogelijkheden tot hechting, hechtingsstijl en sociale contacten; de emotieregulatie, gedragscontrole en frustratietolerantie; de cognitieve ontwikkeling, het vermogen tot mentaliseren, leerproblemen, concentratie en aandacht, bewustzijn en dissociatie; de lichamelijke, motorische en seksuele ontwikkeling en eventuele lichamelijke klachten (met aandacht voor somatoforme dissociatie).

Terug naar boven
Terug naar boven

Diagnostisch traject

Terug naar boven
Terug naar boven
Terug naar boven

symptoompresentatie en het gezinsfunctioneren. De keuze voor de combinatie van instrumenten is gebaseerd op de klinische praktijk, reviews en wetenschappelijke publicaties en geldt op dit moment als best practice. De instrumenten zijn in de meeste gevallen wetenschappelijk gevalideerd. Er is grote behoefte aan valide, betrouwbare en genormeerde onderzoeksinstrumenten.

Bij het diagnosticeren is het noodzakelijk meerdere informanten, dus zowel de jeugdige als de ouders, te vragen naar klachten en symptomen (AACAP, 2010; NICE guideline, 2005). Daarom worden indien mogelijk door beiden meerdere vragenlijsten ingevuld welke per leeftijdsgroep verschillen. Sommige kunnen tevens als instrument ter beoordeling van de voortgang van de behandeling dienen. De onderstaande afbeelding bevat een overzicht van aanbevolen instrumenten bij het vermoeden van chronische traumatisering bij kinderen en jongeren. Alhoewel de informatie van leerkrachten belangrijk is, is er vanwege de logistieke haalbaarheid voor gekozen het afnemen van de vragenlijsten te beperken tot kinderen en ouders.

 

aanbevolen-vragenlijsten-psychologisch-onderzoek-diagnostiek-chronisch-trauma

Zie ook de PDF

Diagnose

De uitkomsten van de diagnostiek leiden tot een diagnostische conclusie en een voorstel tot behandeling dat wordt besproken in het multidisciplinaire behandelteam. Na de bespreking in het behandelteam volgt een adviesgesprek met de kinderen en zijn ouders waarin de uitkomsten van de diagnostiek als ook het advies voor behandeling wordt besproken en de behandelovereenkomst wordt vastgesteld.

Terug naar boven

Behandeling

National Institute for Health and Care Excellence (NICE). De International Society for the Study of Dissociation (ISSTD) heeft een richtlijn ontwikkeld die betrekking heeft op (traumagerelateerde) dissociatieve symptomen.

Terug naar boven
  1. Lees meer over het gehele systeem >>
  2. Direct gericht op het verwerken van traumatische ervaringen zijn er grofweg twee effectief geachte typen therapie: EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) en Traumagerichte Cognitieve Gedragstherapie, afgekort TG-CGT (Beer & de Roos, 2013; Diehle, 2014). Lees meer over TG-CGT /EMDR >>
  3. Eerder is een goede hechtingsrelatie van de jeugdige met zijn ouders of pleegouders als een belangrijke voorwaarde aangemerkt voor een effectieve verwerking van traumatische ervaringen. Lees meer over hechting >>
  4. De laatste fase van de behandeling is altijd gericht op integratie van de betrokken cliënt in zijn of haar dagelijkse leefomgeving. De cliënt wordt begeleid bij het vorm geven aan zijn leven zonder het trauma waaronder hij leed. Lees meer over de integratiefase >>
Terug naar boven

De TG-CGT is een variant op Traumabehandeling toegespitste Cognitieve Gedragstherapie.

TG-CGT: de vijf componenten

Over het algemeen bestaat de traumagerichte cognitieve gedragstherapie (TG-CGT) uit vijf componenten:

Componenten in programma's voor traumagerichte cognitieve gedragstherapie (Beer e.a., 2013):

  1. Psycho-educatie: voorlichting over normale reacties op schokkende gebeurtenissen en over adequaat optredende reacties.
  2. Exposure-technieken: blootstelling aan interne en/of externe stimuli die geassocieerd zijn geraakt met de gebeurtenis, aan herinneringen met de hiermee gepaard gaande angst en andere negatieve emoties.
  3. Angstmanagement en stressreductietechnieken: leren angst en andere negatieve emoties te reduceren, inclusief de daarmee gepaard gaande fysiologische arousal.
  4. Gedragsveranderende technieken: aanleren van ontbrekende vaardigheden zodat men beter kan omgaan met geconditioneerde stimuli, en het opheffen van vermijdingsreacties.
  5. Cognitieve technieken: verandering van betekenisverlening aan de gebeurtenis(sen), aan gerelateerde herinneringen, aan de reacties, aan de gevolgen.

EMDR: de acht stappen

EMDR is een geprotocolleerde behandeling die bestaat uit acht stappen. Deze worden weergegeven in onderstaande opsomming (de Jongh, e.a., 2005):

  1. Identificatie van de visuele representatie van de herinnering (een stilstaand plaatje) die actueel nog de meeste affectieve lading geeft (targetbeeld).
  2. Met dit beeld in gedachten formuleren van een negatieve, disfunctionele cognitie (NC: ik ben ….).
  3. Formuleren van een positieve, functionele, cognitie (PC: ik ben …), die in betekenisgeving lijnrecht tegenover de NC staat. Vaststellen van de geloofwaardigheid van deze PC op een zevenpuntsschaal, 'Validity of Cognition' (VoC, 1-7).
  4. Vaststellen welke emoties worden opgeroepen door het beeld in combinatie met de NC. Een kwantitatieve beoordeling laten geven van de spanning die de combinatie van beeld en NC oproept op een tienpuntsschaal: 'Subjective Units of Disturbance' (SUD, 0-10), lokalisering van de daarmee verbonden lichamelijke sensaties.
  5. Laten concentreren op het herinneringsbeeld, de NC en de bijbehorende lichamelijke sensaties. Daarna series (sets) aanbieden van externe, afleidende stimuli (bewegende vingers van de therapeut; auditieve stimuli via een koptelefoon; handtaps). De verwoorde associatie (een beeld, geluid, gedachte, conclusie, gevoel, of lichamelijke sensatie) vormt de basis voor een volgende set. Op gezette tijden evaluatie van de mate van spanning die het beeld (nog) oproept.
  6. Zodra de spanning volledig is gedaald (SUD = 0), volgt koppeling van het beeld aan de PC door nieuwe sets uit te voeren. Dit wordt herhaald totdat de PC geheel geloofwaardig is (VoC = 7).
  7. Nagaan of ergens in het lichaam nog spanning opkomt bij het oproepen van het plaatje in combinatie met de PC. Zo ja, deze verder bewerken door opnieuw aanbieden sets (terug naar stap 5).
  8. Positieve afsluiting. Nagaan wat het meest betekenisvolle is dat de patiënt geleerd heeft van deze sessie over zichzelf.
Terug naar boven
Terug naar boven

Behandelelementen

website van het NJi). Wel zou de stabilisatiefase (fase 1) kunnen voldoen aan de criteria die gelden voor een interventie. Lees meer over Slapende honden? Wakker maken! >>

Signs of Safety

Signs of Safety (SofS) is bedoeld voor gezinnen met kinderen van 0 tot 18 jaar waar (vermoedelijk) kindermishandeling plaatsvindt of de risico's hierop groot zijn. Momenteel is geen Nederlands onderzoek bekend over de effectiviteit van deze methode. Buitenlands onderzoek wijst op een hoge tevredenheid over de hulp van gezinnen die het programma gevolgd hadden (Westbrook, 2006).
Onderzoek naar Signs of Safety door TNO >>
Lees meer over Signs of Safety >>

Stapstenen

De groepstraining Stapstenen heeft tot doel jongeren met een voorgeschiedenis van vroegkinderlijke traumatisering die verblijven in de gesloten jeugdzorg, te motiveren voor een behandeling gericht op traumaverwerking. Voor zover bekend is er geen onderzoek gedaan naar de effectiviteit van dit programma. Lees meer over Stapstenen >>

The circle of security

Deze interventie neemt de hechtingstheorie als basis en laat zien hoe ouders hun kinderen met gedragsproblemen kunnen helpen. Lees meer over The circle of security >>

Bronnen

Het boek Slapende honden? Wakker maken! van Arianne Struik (2010) biedt voor dit stabiliseren een handleiding met cd-rom waarop de tests zijn weergegeven.

Terug naar boven

Lees meer over PMTO >>

Positief Pedagogisch Programma: Triple P

Het Triple P programma richt zich op de preventie van (ernstige) emotionele en gedragsproblemen bij kinderen door de versterking van de pedagogische vaardigheden bij de ouders met kinderen in de leeftijd van 0-16 jaar. Leer meer over Triple P, niveau 4 >>

Behandelmodule Gezinsbehandeling – Sherborne Samenspel

Sherborne Samenspel heeft als doel het vergroten van zelfvertrouwen bij kinderen en het versterken van de hechting tussen het kind en zijn ouder(s)/verzorger(s). Dit gebeurt middels gerichte bewegingsspelvormen die hun oorsprong vinden in de Sherborne bewegingspedagogiek.

Zorgen voor getraumatiseerde kinderen

Deze training is bedoeld voor opvoeders en begeleiders van getraumatiseerde kinderen. Deze training biedt opvoeders en begeleiders van getraumatiseerde kinderen informatie over de impact van traumatisering op het dagelijkse functioneren van hun kind en de relatie die zij met het kind ontwikkelen. Lees meer over Zorgen voor getraumatiseerde kinderen >>

Kinderen uit de knel (interventie bij vechtscheiding)

'Kinderen uit de knel' heeft als doel dat kinderen zich weer vrij kunnen ontwikkelen en zich vrij tot beide ouders verhouden. Lees meer over Kinderen uit de knel >>

Terug naar boven

Lees meer over TG-CGT >>

Schrijftherapie WRITEjunior

Het doel van deze behandeling is het verwerken van traumatische ervaringen, het veranderen van disfunctionele cognities over zichzelf, anderen en de wereld (cognitieve herstructurering) en het aanleren van copinggedrag in het heden en in de toekomst.
Lees meer over WRITEjunior >>

Horizon

Het doel van Horizon is het herstellen van de negatieve gevolgen van misbruik. Dit protocol bevat een beoordeling door de expertgroep Trauma en Kindermishandeling.
Lees meer over Horizon >>

Don't hit my mommy

Deze Kind-ouder psychotherapie bestaat uit een integratie van psychoanalyse en gehechtheidstheorie en maakt ook gebruik van technieken uit de cognitieve gedragstherapie en de sociale leertheorie. Dit protocol bevat een beoordeling van de expertgroep Trauma en Kindermishandeling.
Lees meer over Don't hit my mommy >>

Veilig, sterk en verder (VSV)

Vanaf de aanmelding zijn alle interventies erop gericht de veiligheid thuis aantoonbaar te herstellen en de kinderen zich weer veilig te laten voelen in de relatie met hun ouders. Psychopathologie bij de gezinsleden die het geweld onderhoudt of het gevolg is van het geweld moet afnemen. Met beoordeling door de expertgroep Trauma en Kindermishandeling.
Lees meer over Veilig, Sterk en Verder >>

Multi-Systeem Therapie kindermishandelingsvariant (MST-CAN)

MST-CAN betreft een intensieve behandeling in de thuissituatie. De behandeling is voor gezinnen met kinderen en pubers, die vallen onder een door de rechter opgelegde maatregel, omdat er zorgen zijn over lichamelijke mishandeling of verwaarlozing van deze kinderen.
Lees meer over MST-CAN >>

Terug naar boven

Lees meer over Differentiatietherapie >>

Fasetherapie

Fasetherapie omvat het hele psychotherapeutische proces van relationeel gestoorde kinderen en jongeren. De kernactiviteit van het proces is de fasebehandeling: iedere ontwikkelingsfase krijgt aandacht, vandaar de naam fasetherapie. Hierbij staat het probleem van de jongere - nabijheid wensen en nabijheid weren - centraal. Momenteel wordt onderzoek gedaan naar de effectiviteit van Fasetherapie.
Lees meer over Fasetherapie >>

Theraplay

Theraplay is een vorm van speltherapie die gebaseerd is op de hechtingstheorie. Deze interventie wordt beoordeeld op geschiktheid voor opname in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het NJi of bevindt zich in de opnameprocedure.
Lees meer over Theraplay >>

Behandelmodule Gezinsbehandeling – Sherborne Samenspel

Sherborne Samenspel heeft als doel het vergroten van zelfvertrouwen bij kinderen en het versterken van de hechting tussen het kind en zijn ouder(s)/verzorger(s). Dit gebeurt middels gerichte bewegingsspelvormen die hun oorsprong vinden in de Sherborne bewegingspedagogiek. Voor zover bekend is er geen onderzoek beschikbaar naar de effectiviteit van dit programma.
Lees meer over Sherborne Samenspel >>

Video-feedback Intervention to Promote Positive Parenting and Sensitive Discipline (VIPP-SD)

Het doel van Video-feedback Intervention to promote Positive Parenting and Sensitive Discipline (VIPP-SD) is het verminderen van externaliserende gedragsproblemen bij kinderen door het versterken van ouderlijke sensitiviteit en het bevorderen van consistente maar sensitieve disciplinering. Er zijn sterke aanwijzingen dat het programma effectief is (Juffer, Bakermans-Kranenburg, & Van IJzendoorn, 2016)
Bekijk VIPP-SD in de Databank Effectieve Jeugdinterventies (website NJi) >>
Lees meer over VIPP-SD >>

Terug naar boven

Expertgroep en bronnen

Terug naar boven
Terug naar boven

    Reageren

    Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond u niet precies wat u zocht? Laat het ons weten.

    Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

    De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

    Sluiten