Samen werken, voor een psychisch gezonde jeugd

Zoeken
Generic filters

Boulimia bij kinderen en adolescenten (eetstoornis)

Hieronder vindt u betrouwbare kennis over de diagnose en behandeling van boulimia bij kinderen en adolescenten. Professionals in de jeugd-ggz krijgen inzicht in onder andere: klinisch beeld, etiologie, prevalentie,  comorbiditeit, diagnostiek, behandeling, en beloop en prognose.

Het Kenniscentrum heeft de teksten in samenwerking met experts en ervaringsdeskundigen opgesteld en spant zich in om de informatie zo actueel mogelijk te houden. Heeft u suggesties? Deze kunt u doorgeven via het formulier onderaan de pagina.

Op deze pagina

Beschrijving boulimia

Terug naar boven
Terug naar boven

Preventie boulimia

Ixta Noa een lesprogramma ontwikkeld met een drieledig doel: preventie en herkenning van eetstoornissen, inzicht geven in beschermende factoren en steun en hulp bieden aan jongeren met een eetstoornis en aan hun omgeving.

Dit lesprogramma richt zich op zowel primaire als secundaire preventie. Voor leerkrachten heeft Buro Puur een folder en een signalenkaart ontwikkeld. Daarnaast komt Buro PUUR op sommige scholen in het kader van preventie. Ze zetten niet in op verandering van het gedrag van jeugdigen, maar willen de jeugdigen die zorg nodig hebben in beeld te krijgen. In samenwerking met een mentor en het zorgteam bieden ze op deze manier steun aan leerlingen. Het Dove fonds heeft het programma Body Talk met een bijbehorend werkboek, hierin wordt ook aandacht gegeven aan voorlichting van de leerkrachten en ouders. Op de website 99gram.nl wordt een module aangeboden ter preventie van eetstoornissen: “Bekijk jezelf door een roze bril”. Op dit moment loopt er onderzoek naar de effectiviteit van deze module.

Terug naar boven

Diagnose boulimia

EDE-Q (Eating Disorder Examination, Fairburn & Cooper, 1993; Nederlandse vertaling: Jansen, 2000) en de EDI-II (Eating Disorder Inventory-II, Garner, 1991; Nederlandse versie: Van Strien, 2002) aangeraden. De EDE is een semigestructureerd interview dat de specifieke eetstoornis uitgebreid in kaart brengt. Voor kinderen zijn de Ch-EDE (Bryant-Waugh e.a., 1996; Nederlandse versie Decaluwé & Braet, 1999) en de ChEDE-Q (Nederlandse versie Decaluwé, 1999b) instrumenten om het eetgedrag in kaart te brengen. De EDI-II is een internationaal veel gebruikte vragenlijst waarmee psychologische en gedragskenmerken gemeten worden waarvan men aanneemt dat ze samenhangen met anorexia nervosa en/of boulimia nervosa en eetbuistoornis.

Voor het vaststellen van boulimia nervosa is afname van de Ch-EDE eerste keus. Bij gebruik van de EDE-Q is bij klachten van boulimia nervosa noodzakelijk de eetbuien specifiek na te vragen.

Wanneer het gewenst is om ook de rapportage te hebben van lichaamsbeleving kan de LAV (Lichaamsattitude vragenlijst, Probst, Van Coppenolle & Vandereycken, 1998) worden gebruikt. De LAV is een zelfrapportage vragenlijst die tot doel heeft bij vrouwen de subjectieve lichaamsbeleving en lichaamsattitude te meten. De LAV is een goed gevalideerde en betrouwbare vragenlijst waarmee veel onderzoek is verricht. De LAV is onderzocht bij kinderen vanaf 16 jaar.

Somatisch onderzoek

Het somatisch onderzoek wordt verricht om de ernst van de ondervoeding of overgewicht en van de complicaties in te kunnen schatten en andere onderliggende somatische problematiek uit te sluiten. Dit wordt gedaan aan de hand van anamnese, lichamelijk onderzoek en aanvullende diagnostiek. Daarnaast is het van belang de individuele groeicurve te beoordelen. Ook dient het streefgewicht (marge waarbinnen het gezonde gewicht valt) bepaald te worden. Bij jongeren met een eetbuistoornis en obesitas, die nog in de groei zijn is niet het advies een streefgewicht vast te stellen, maar het gewicht te handhaven. Op die manier zal de jongere ten gevolge van de lengtegroei uiteindelijk binnen de gezonde marge qua lichaamsgewicht vallen. Het is te adviseren als onderdeel van het somatisch onderzoek oriënterend bloedonderzoek en een ECG te verrichten. Boulimia Nervosa gaat soms met medische klachten gepaard als gevolg van de eetbuien en purgeergedrag (zoals braken, laxeren, etc). De meeste klachten verdwijnen weer zodra het eetgedrag is hersteld. Tanderosie als gevolg van veelvuldig braken is onomkeerbaar. Sommige klachten zijn levensgevaarlijk en verdienen aandacht. Het is aan te raden electrolytenspiegels via bloedonderzoek te laten controleren en een algemeen lichamelijk onderzoek te laten doen; met name bij jongeren die vaak purgeren.

Aan de hand van uitgebreid diëtistisch onderzoek kan inzicht worden verkregen in de ernst van de eetstoornis, de voedingstoestand, het eetpatroon, de volwaardigheid van de voeding en het eetgedrag, waarna de diëtistische diagnose gesteld kan worden (Van de Berg, 2009). Onder voedingsmanagement vindt u meer informatie.

Wanneer de ernst van de eetstoornis dusdanig is dat acute opname noodzakelijk is, wordt afhankelijk van de conditie van de patiënt de diagnostiek in een later stadium voortgezet. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een kaliumtekort waardoor de somatische ernst toeneemt. Ook kan het voorkomen dat iemand met een ‘lichte vorm van eetstoornis’ toch een ernstige eetstoornis heeft op het moment dat de persoon suïcidaal is.

Op indicatie kan aanvullend intelligentieonderzoek (of verder (neuro)psychologisch onderzoek) plaatsvinden.

Differentiaaldiagnose en comorbiditeit

Het onderscheiden van een eetstoornis van een comorbide stoornis kan erg lastig zijn. Slecht eten, vermageren, te veel eten of eten weigeren kunnen ook symptomen zijn van somatische en psychiatrische aandoeningen (Trimbos, 2006b). Diagnostiek moet daarom de ‘eetgestoorde cognities’ helder in beeld krijgen zodat andere somatische oorzaken of andere psychiatrische oorzaken kunnen worden uitgesloten (Trimbos, 2006b).

Doordat het onderscheiden van een eetstoornis van een comorbide stoornis zo lastig kan zijn, is comorbiditeit vaak pas definitief vast te stellen als de eetstoornis op zijn retour is en/of als het gewicht min of meer hersteld is. Diagnostiek moet dus voortgezet worden tijdens de behandeling en is pas compleet na herstel.

Adviesgesprek

Het adviesgesprek dient ter informatie en motivatie van jongere en ouders. Deze doelen gaan hand in hand. Zo dient vanuit deskundigheid uitgelegd te worden waardoor motivatie en hulpvraag van jongere en ouders kunnen verschillen. Ook het benoemen van de zorg van ouders m.b.t. de lichamelijke risico’s, en het geven van heldere adviezen om de veiligheid van hun kind te waarborgen, dragen daaraan bij. Het is belangrijk om duidelijke en eerlijke informatie te geven over het mogelijke beloop, en met het kind en de ouders tot overeenstemming te komen welke stappen tot herstel kunnen leiden, maar ook wat nodig zal zijn als het risico zou toenemen. Zowel de context als de inhoud van een behandeling verdienen uitgebreide aandacht. Het adviesgesprek is daarmee tevens de start van de samenwerkingsalliantie met kind en ouders indien tot behandeling wordt besloten.

Terug naar boven
Terug naar boven

Behandeling boulimia

protocollaire behandeling voor jongeren met boulimia nervosa en aanverwante eetstoornissen (in: Braet & Bögels, 2014). Dit beschreven protocol is ook online gezet. Jongeren kunnen dit, indien gewenst anoniem, volgen via de website www.99gram.nl (Vos, Elgersma, Jansen, 2011). Begeleiding vindt plaats door speciaal getrainde medewerkers. Tevens is een blended (een combinatie van face-to-face en online hulpverlening) protocol ontwikkeld, SMAAKK! (Vos, Elgersma, Jansen, 2013), waarmee deze behandeling gegeven kan worden.

Op dit moment is cognitieve gedragstherapie de meest effectieve vorm van behandeling voor volwassenen met BN. Zelfhulpvormen van cognitieve gedragstherapie met begeleiding boeken vaak vergelijkbare resultaten. In deze studies namen (jong) volwassenen deel. Of cognitieve gedragstherapie ook voor jongeren de meest effectieve behandeling is, is nog onbekend. Er is echter theoretisch geen reden om aan te nemen dat het protocol niet voor adolescenten geschikt zou zijn. Gevalsstudies beschrijven goede resultaten ook bij adolescenten (Le Grange & Schmidt, 2005; Schapman-Williams & Lock, 2007). Ook recentere studies van vermelden goede resultaten van CGT bij adolescenten met een eetstoornis (Dalle Grave, Calugi, Doll, & Fairburn, 2013).

Interpersoonlijke psychotherapie

Bij adolescenten met overgewicht die te kampen hebben met eetbuien blijkt dat interpersoonlijke psychotherapie succesvol is in het reduceren van het aantal eetbuien, en dit zowel op korte termijn als bij een 12 maanden follow-up (Tanofsky-Kraff, et al., 2014). De gedachte is dat problemen blijven bestaan door moeilijkheden in huidige relaties en dat deze kunnen veranderen door deze gericht aan te pakken (Wilson e.a., 2010; Gowers, 2008; McIntosh e.a., 2005).

Behandeling in BOPZ kader

Omdat kinderen en jeugdigen dikwijls niet gemotiveerd zijn voor behandeling, is het niet zelden het geval dat een gewichtstoename niet op gang komt. Dan is een behandeling met een Rechterlijke Machtiging niet altijd uit te sluiten. Wetenschappelijk is hier nog weinig over bekend. Er een overzichtsartikel over dwangbehandeling verschenen (Elzakkers e.a., 2014), maar dit betreft vooral volwassenen. Vanuit Altrecht Eetstoornissen Rintveld is een handleiding beschikbaar over wilsbekwaamheid bij eetstoornissen.

Terugvalpreventie

In de laatste fase van therapie wordt expliciet aandacht besteed aan terugvalpreventie. De uitslagen van de herhaalde afname van de meetinstrumenten vormen onderdeel van de therapie. Aan de hand van het geleerde uit therapie en aan de hand van de uitslagen van de meetinstrumenten wordt een plan van aanpak opgesteld; aansluitend bij de behoefte van de jongere. Terugvalpreventie bij eetstoornissen is beschreven in een speciaal protocol (Berends et al., 2010).

Behandelmethoden

Richtlijn Terugvalpreventie Anorexia Nervosa, deel I en deel II

Patiënten met anorexia nervosa in de leeftijd van 12 tot 18 jaar en hun ouders. De terugvalpreventie kan zowel na behandeling ambulant als klinisch plaatsvinden.

>> Lees meer over Richtlijn Terugvalpreventie Anorexia Nervosa, deel I en deel II

Praxis der Multifamilientherapie (Meergezinsbehandeling)

Beschrijving van de verschillende behandelfasen, met voor elke fase gedetailleerde oefeningen die in de behandeling gebruikt kunnen worden. Bij deze oefeningen staat omschreven wat het doel is en hoe de oefening kan worden uitgevoerd.

>> Lees meer over Praxis der Multifamilientherapie (Meergezinsbehandeling)

Eating Disorders, Cognitive behavioural therapy with children and young people

Beschrijving van cognitieve gedragstherapie voor eetstoornissen bij kinderen en adolescenten. Naast psychoeducatie wordt een 5 fasen programma voorgesteld van 12 tot 20 sessies.

> Lees meer over Eating Disorders, Cognitive behavioural therapy with children and young people (parents guide)

> Lees meer over Eating Disorders, Cognitive behavioural therapy with children and young people (behandelmethode)

Skills-based learning for caring for a loved one with an eating disorder, the new Maudsley Method

Deze handleiding zet niet in op een bepaald aantal zittingen, maar behandelt verschillende aspecten die bij het veranderings- en herstelproces in gezinnen van adolescenten met een eetstoornis aan de orde kunnen zijn.

>> Lees meer over Skills-based learning for caring for a loved one with an eating disorder, the new Maudsley Method

Protocollaire behandeling van boulimia nervosa en verwante eetstoornissen

Het protocol is een kortdurend en doelgericht CGT-protocol om veranderingen te bewerkstelligen in het gedachtegoed en eetgedrag van adolescenten met boulimia nervosa en bestaat uit 3 hoofdcomponenten: dieetmanagement, verschillende exposures en cognitieve interventies. (Jansen e.a., 2014 in Braet & Bögels).

>> Lees meer over Protocollaire behandeling van boulimia nervosa en verwante eetstoornissen

Terug naar boven
Terug naar boven

Medicatie boulimia

quetiapine en olanzapine tot een gewichtstoename. Van al deze middelen heeft olanzapine het meest gunstige bijwerkingenprofiel en is daarom het middel van eerste keuze bij de behandeling van anorexia nervosa bij kinderen en adolescenten. Olanzapine leidt tot een snellere stijging van het BMI, het verminderen van de ernst van de anorectische cognities en de daaruit voortkomende dwangmatige hyperactiviteit en angst om orale intake te verhogen en afname van depressieve symptomen (Hein & Huyser, 2010; Powers & Bruty, 2008; Malina e.a., 2002).

De indicatie voor olanzapine is vooral gericht op het voorkomen van stagnatie van de gewichtstoename bij patiënten met een groot ondergewicht als gevolg van anorexia nervosa met ofwel een gestoorde realiteitstoetsing ofwel een extreme vorm van hyperactiviteit, die interfereren met het ingestelde behandelbeleid. Te denken valt hierbij aan bizarre dan wel extreme angst voor eten en gewichtstoename of een somatisch bedreigde toestand waarbij cardiale belasting door bewegen gevaar oplevert (Richtlijn olanzapine gebruik, Rintveld).

Belangrijke informatie

Dosering

Langzaam en individueel optitreren is gewenst. Een lage dosering van 2,5-7,5 mg per dag kan al effect hebben (Hein & Huyser, 2010).

Contra-indicaties: Verlengde of afwijkende QTc-interval.

Veiligheid

Bij het starten van olanzapine is het raadzaam eenmalig een ECG te maken indien dit nog niet gebeurd is. Zodra een stabiele gewichtstoename op gang is gekomen moet verlaging of stoppen worden overwogen. Wanneer het gewicht in de normale range is gekomen (BMI >17,5 ± 1,5) dient het voorschrijven van olanzapine vermeden te worden gezien de mogelijke lichamelijke bijwerkingen en het risico op het induceren van eetbuien (Hein & Huyser, 2010).

Terug naar boven
Terug naar boven

Expertgroep boulimia

De oorspronkelijke tekst over Boulimia Nervosa is tot stand gekomen met dank aan:

  • Ward van Alphen (kinder- en jeugdpsychiater, Curium)
  • Annemarie van Bellegem (kinderarts, AMC)
  • Patricia Bos (Buro Puur)
  • Janneke Brand (diëtist, Rintveld)
  • Annemarie van Elburg (kinder- en jeugdpsychiater, Altrecht)
  • Hermien Elgersma (klinisch psycholoog, Accare)
  • Eric van Furth (directeur Ursula, Rivierduinen)
  • Lien Goossens (Universiteit Gent)
  • Jeannette Hop (kinder- en jeugdpsychiater, Altrecht)
  • Mini Hulscher (kinder- en jeugdpsychiater, Triversum)
  • Angelika Kindermann (kinderarts, AMC)
  • Marianne van Leeuwen (Vereniging Nee-eten)
  • Mariëtte Robbe (psychotherapeut, GGZ Centraal)
  • Ankie Roedelof (klinisch psycholoog, GGzE)
  • Luciënne Schroor-Nijssen (Vereniging Nee-eten)
  • Bo Teekens (Stichting Weet)
  • Jesus de la Torre y Rivas (Stichting Weet)
  • Annemie Vandersmissen (kinder- en jeugdpsychiater, Erasmus MC)
  • Paula Wesselink (psychotherapeut, GGZ Centraal)
Terug naar boven

    Reageren

    Kunnen we deze tekst verbeteren, of vond u niet precies wat u zocht? Laat het ons weten.

    Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie maakt gebruik van cookies voor analyse van het gebruik van deze website en om de website optimaal te laten werken. Uw bezoek blijft daarbij anoniem. Voor meer informatie, zie onze privacyverklaring

    De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

    Sluiten